Wat het kost een koninklijke bruidsjurk en kanten sluier te maken? Mensenlevens, in Caroline Guiela Nguyens 'Lacrima'
In dit artikel:
Caroline Guiela Nguyen heeft met Lacrima een veellagig theaterstuk geschreven en geregisseerd waarin een bruidsjurk het centrum van een web van geweld en uitbuiting vormt. De fictieve verhaallijn speelt rond een groot 2025-huwelijk tussen een Engelse prinses en een onbenoemd koningshuislid; de jurk wordt vervaardigd in een prestigieus modehuis en roept vragen op over ambacht, eerlijke arbeid en patriarchy. Het stuk, besproken in een artikel van 13 mei 2026, zet een haute couture‑atelier in Alençon tegenover een borduuratelier in Mumbai en verweeft zo privégeweld met globale arbeidsmisstanden.
Nguyen bouwt Lacrima uit in vier delen en opent bij het einde: Marion (Maud Le Grevellec) belt haar therapeut (Natasha Cashman) via webcam kort nadat er iets dramatisch heeft plaatsgevonden; haar aandacht blijft echter bij de witte bruidsjurk die op het podium staat. Die jurk combineert intens handwerk: circa 1.890 uur borduurwerk uit Mumbai en een sluier van Alençon‑naaldkant waaraan generaties tien jaar hebben gewerkt — een object dat zowel esthetiek als lijden representeert. De sluier wordt’ gekoesterd’ in een temperatuurgeregelde kist; er wordt gesteld dat eraan honderden duizenden uren werk zijn besteed en dat het voorwerp een grote, zij het ontoereikend gewaardeerde, som waard is.
Centraal staan twee vormen van misbruik die elkaar versterken. Marion leeft onder het geweld van haar echtgenoot (Éric Caruso), terwijl hetzelfde perfectionisme en dezelfde druk die zij op haar werk legt, levens en gezondheid eist in het Indiase atelier. Het borduurwerk daar wordt grotendeels door één man gedaan (Charles Vinoth Irudhayaraj), een figuur die voortdurend op het toneel aanwezig is — soms op de voorgrond, soms alleen zichtbaar via schermen — en wiens lichamelijke tol deel van het verhaal wordt. De voorstelling laat ook kantwerksters aan het woord (onder meer Dinah Bellity en Liliane Lipau) en een dochter (Nanii93) die de nalatenschap van haar dove moeder draagt; scènes wisselen snel tussen videocalls, radioprogramma’s, ateliers en huiselijke confrontaties.
Lacrima onderzoekt de symboliek van de prinsessen‑ en bruidsjurk als toegang tot koninklijke én patriarchale macht en legt de verborgen arbeid bloot die die symboliek mogelijk maakt. Nguyen confronteert het publiek met de hypocrisie van westerse ethische eisen die tegelijk productie en afstandhouder zijn: eerlijke arbeidsvoorwaarden worden opgelegd zonder de middelen te bieden om ze waar te maken. Het stuk is meertalig (Frans, Franse gebarentaal, Tamil, Engels), opereert als een soort moderne opera en laat weinig vragen onbeantwoord — behalve of Marion het misbruik zal overleven. De voorstelling nodigt uit tot reflectie over de toekomst van textiele schoonheid tegenover een wereld die blijft vragen en uitputten.