Wat gebeurt er als het Europese AI-bedrijf Mistral verstrengeld raakt met techgigant Microsoft?
In dit artikel:
Mistral, het in Parijs gevestigde AI-bedrijf dat geldt als Europa’s grootste hoop op een onafhankelijke techsector, gaat intensief samenwerken met Microsoft. De Amerikaanse techgigant heeft deze zomer miljardeninvesteringen toegezegd. Voor Mistral betekent dat toegang tot chips, rekenkracht en AI-modellen die het bedrijf nodig heeft om te groeien. Tegelijk vrezen gebruikers en deskundigen dat Mistral hierdoor zijn belangrijkste onderscheidende kenmerk verliest: het Europese karakter.
De samenwerking raakt aan de bredere Europese ambitie van technologische soevereiniteit. Europa wil minder afhankelijk zijn van Amerikaanse techbedrijven en AI ontwikkelen die aansluit bij Europese waarden en democratische regels. Die ambitie kreeg extra urgentie nadat de Amerikaanse overheid afgelopen voorjaar het gebruik van krachtige modellen van Anthropic in Europa liet stopzetten. Toch is het volgens de geïnterviewde experts de vraag of Mistral werkelijk een zelfstandig Europees alternatief kan worden. Topman Arthur Mensch werkte eerder bij Google en verzette zich bij de Europese Commissie tegen strengere AI-regels.
Econoom Cecilia Rikap, verbonden aan University College London, stelt dat een eigen Europees AI-model niet automatisch betekent dat Europa ook de controle heeft over de technologie. Zij wijst op LatamGPT, een taalmodel uit Latijns-Amerika dat onafhankelijk wordt genoemd, maar voor technische ondersteuning en financiering mede afhankelijk is van Amazon Web Services. Volgens Rikap bepaalt uiteindelijk vooral degene die de cloudinfrastructuur, data en chips beheert hoe AI wordt ontwikkeld en toegepast.
Ook Mistral bevindt zich volgens haar aan de rand van een ecosysteem dat wordt gedomineerd door Amerikaanse cloudbedrijven met grote intellectuele en economische machtsposities. Die ondernemingen beschikken door hun data en infrastructuur over invloed op de wereldeconomie en politiek. Europese soevereiniteit betekent daarom niet simpelweg dat een Europees bedrijf dezelfde modellen bouwt als Amerikaanse giganten. Het gaat erom dat overheden en burgers zelf kunnen beslissen welke data worden verzameld, waar datacenters komen en welke doelen AI moet dienen.
Rikap is vooral kritisch op de manier waarop overheden generatieve AI omarmen zonder voldoende aandacht voor de sociale, ecologische, cognitieve en politieke gevolgen. Zij verwacht niet dat Mistral een onafhankelijk alternatief wordt, omdat het volgens haar uiteindelijk dezelfde machts- en winstlogica volgt als de Amerikaanse concurrenten.
Waag Futurelab-directeur Marleen Stikker waarschuwt daarnaast voor de strategie ‘Embrace, Extend, Extinguish’, waarmee Microsoft in de jaren negentig de internetbrowseroorlog naar zich toe trok. Een dominante onderneming omarmt eerst een nieuwe technologie, voegt vervolgens eigen, gesloten functies toe en schakelt uiteindelijk concurrenten uit. Dat het web niet door één bedrijf wordt beheerst, noemt Stikker mede het resultaat van Europese rechtszaken. Bij AI dreigt volgens haar een vergelijkbaar machtsspel.
Stikker vindt algemene beloften over Europese soevereiniteit onvoldoende. Ze waarschuwt voor ‘sovereign-washing’: constructies waarbij Amerikaanse bedrijven betrokken blijven, terwijl toch de indruk wordt gewekt dat AI volledig onder Europese controle staat. Soevereiniteit moet volgens haar juridisch en economisch worden vastgelegd. Een mogelijk alternatief is ‘public AI’: een hoogwaardig taalmodel dat met publieke data wordt ontwikkeld, makers daarvoor vergoedt en niet in handen komt van private partijen. Andere ontwikkelaars zouden erop kunnen voortbouwen en het model democratisch beheren.
Zowel Stikker als Rikap waarschuwt voor techno-nationalisme en een tegenstelling tussen Europa en Amerika. Stikker pleit liever voor universele waarden en samenwerking met onder meer Canada en landen in het mondiale Zuiden. AI zou volgens haar als een publieke nutsvoorziening moeten worden behandeld, met menselijke waardigheid en democratische zeggenschap als uitgangspunt. De kernvraag is daarmee niet alleen of Europa een eigen AI-bedrijf bezit, maar of lokale gemeenschappen daadwerkelijk macht houden over de technologie die zij gebruiken.
Vandaag Inside: Raymond Mens reageert op uitspraken Albert Verlinde: 'Hij slaat de plank een beetje mis...'