Wat gaat de A-pier Schiphol (en dus de reiziger) kosten? Volgende rechtszaak over bouwfiasco staat voor de deur
In dit artikel:
In 2016 liep Schiphol tegen capaciteitsproblemen aan door snelle groei van het aantal vluchten. Als tijdelijke maatregel kwam Terminal 1A erbij; de definitieve oplossing moest een nieuwe A-terminal (nu Terminal Zuid) met een A-pier bieden, waar acht toestellen tegelijk kunnen aanmeren. De pier zou al in 2019 klaar zijn, maar een opeenstapeling van fouten, slecht toezicht en later ook de coronacrisis veranderde dat in een langdurige bouwsoap die dinsdag bij de rechtbank in Amsterdam een nieuwe hoofdstuk krijgt.
De bouwopdracht werd in 2017 gegund aan een combinatie van Ballast Nedam en het Turkse TAV nadat de aanbestedingsvoorwaarden waren versoepeld. Een definitief ontwerp ontbrak; de aannemers moesten dat tijdens de uitvoering afronden, terwijl Schiphol het project op afstand liet controleren via een ingehuurde opzichter. Vanaf het begin ontstond er chaos op de bouwplaats: een wirwar van onder- en onder-onderaannemers, voortdurend gewijzigde ontwerpen, herhaaldelijke verplaatsing van kabels, leidingen en sprinklers en delen die niet op elkaar aansloten. Bouwfouten en misverstanden leidden tot schade en oponthoud; onderdelen werden soms meerdere keren aangepast of opnieuw opgebouwd. Waterschade aan de stalen constructie en lekkende daken door onzorgvuldige afdekking en overbelasting van het dak wekten extra alarm.
Toen Ballast/TAV door oplopende kosten, personeelsproblemen en de coronacrisis aangaven het werk niet binnen budget te kunnen afronden, escaleerde het conflict. Eind 2021 beëindigde Schiphol het contract; de bouwcombinatie vertrok en liet de pier onvoltooid achter. Vervolgens werd BAM ingehuurd om de fouten te herstellen en delen opnieuw op te bouwen. De oplevering is nu gepland voor het voorjaar van 2027 — ongeveer acht jaar te laat — en de kosten zijn explosief gestegen: van een oorspronkelijke raming van €241 miljoen (later bijgesteld naar €600 miljoen) naar bijna €1,4 miljard.
De financiële gevolgen drukken uiteindelijk op reizigers: Schiphol kondigde aan de extra kosten grotendeels door te berekenen via havengelden, die luchtvaartmaatschappijen verwerken in ticketprijzen. Daarnaast lopen talloze juridische procedures. Meer dan 200 onderaannemers eisen naar verluidt ruim €100 miljoen; Schiphol claimt €184 miljoen van Ballast/TAV, terwijl de aannemers €282 miljoen van Schiphol vorderen. De Amsterdamse rechtbank oordeelde deze zomer in een tussenvonnis dat Schiphol het contract niet eenzijdig had mogen opzeggen en riep partijen op tot onderlinge regeling, maar zonder resultaat. Dinsdag staat een regiezitting gepland om de procedure te bespreken; de behandeling van de inhoudelijke geschillen volgt later, terwijl Schiphol in hoger beroep gaat tegen de eerdere uitspraak.
Deze affaire illustreert de risico’s van grote infrastructurele projecten bij gebrek aan gedegen ontwerp, strak contractmanagement en adequaat toezicht — met verstrekkende financiële en reputatiegevolgen voor luchthaven, aannemers en reizigers.