Wat Europa kan leren van Amerikaanse wetenschapper-diplomaten uit de Koude Oorlog

zaterdag, 29 augustus 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Nu Europese leiders nadenken over nieuwe gesprekken met Vladimir Poetin, kijkt Europa opnieuw naar de ideeën van de Amerikaanse diplomaat George Kennan. Zijn analyses uit de begindagen van de Koude Oorlog kunnen volgens de auteur helpen om Rusland beter te begrijpen en een realistische strategie te bepalen.

Kennan raakte als jonge diplomaat gefascineerd door Rusland, maar zag tijdens zijn werk in Moskou in de jaren dertig hoe de repressie van Stalin de Russische samenleving en cultuur verwoestte. Die ervaring bepaalde zijn wantrouwen tegenover het Kremlin. Hij verzette zich tegen de Amerikaanse toenadering tot Stalin tijdens de Conferentie van Jalta in februari 1945, omdat hij vreesde dat Moskou Oost-Europa wilde overheersen. In een brief waarschuwde hij dat het Kremlin de samenhang en morele weerbaarheid van Europa zou proberen te ondermijnen. Tegelijkertijd pleitte hij voor een verdeling van Europa in invloedssferen, zodat beide machtsblokken elkaars gebied zouden mijden.

Op 22 februari 1946 werkte Kennan zijn visie uit in het bijna achtduizend woorden tellende ‘Long Telegram’. Volgens hem geloofde de Sovjetleiding niet in duurzaam vreedzaam samenleven met de Verenigde Staten. Het regime zou vooral reageren op machtsverhoudingen en terugdeinzen voor een tegenstander die vastberaden en sterk weerstand bood. Een jaar later introduceerde Kennan onder het pseudoniem ‘Mr. X’ het begrip containment: een langdurige, geduldige en krachtige indamming van de Russische expansiedrang.

Kennan bedoelde daarmee meer dan militaire opbouw. Hij vond dat het Westen ook zijn instituties, sociale samenhang en zelfvertrouwen moest versterken. Zwakte en verdeeldheid zouden Moskou juist aanmoedigen. Zijn ideeën beïnvloedden het Amerikaanse beleid, het Marshallplan en de oprichting van de Navo, al maakten Amerikaanse hardliners er vooral een strategie van militaire confrontatie van. Kennans eigen conservatieve en soms elitaire opvattingen verschilden bovendien van de hedendaagse liberale waarden die het Westen vaak zegt te verdedigen.

De actualiteit geeft zijn waarschuwingen volgens de auteur nieuwe betekenis. Europese leiders, onder wie de Finse president Alexander Stubb, de Franse president Emmanuel Macron, de Italiaanse premier Giorgia Meloni en de Belgische premier Bart De Wever, hebben aangegeven dat Europa uiteindelijk weer politieke relaties met Moskou moet opbouwen. Die behoefte is versterkt doordat de regering-Trump Rusland vooral als een Europees veiligheidsprobleem beschouwt. Tegelijk voert Rusland, mede onder druk van Oekraïne, zijn hybride acties tegen Europa op. De vondst van een met explosieven geladen drone op de luchthaven van Leipzig wordt genoemd als voorbeeld van de toenemende dreiging.

Europa wil daarom tegelijk Oekraïne blijven steunen, verdere escalatie voorkomen en meer verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen veiligheid. Dat is moeilijk, omdat Europese landen decennialang veiligheidskwesties voornamelijk samen met de Verenigde Staten binnen de Navo bespraken. Ook overlegstructuren als de Navo-Ruslandraad, de OVSE en het Partnership for Peace waren sterk afhankelijk van Amerikaanse betrokkenheid. Zonder Washington moet Europa zelf een samenhangend beleid tegenover Rusland ontwikkelen.

Daarbij kunnen naast Kennan ook andere zogenoemde wetenschapper-diplomaten richting geven. Zbigniew Brzezinski zag, net als Kennan, de Russische politiek als structureel expansief. Volgens hem was niet alleen de communistische ideologie de oorzaak: ook zonder communisme zou Rusland streven naar dominantie over Eurazië. Brzezinski steunde aanvankelijk ontspanning met Moskou, maar concludeerde na de Russische invasie van Afghanistan in 1979 dat de Sovjet-Unie weliswaar over dialoog sprak, maar ondertussen haar militaire macht en invloed uitbreidde. Zijn les was dat afspraken noodzakelijk kunnen zijn, maar dat Russische toezeggingen niet zonder meer vertrouwd mogen worden. Moskou luistert volgens deze visie vooral wanneer duidelijke rode lijnen door voldoende macht worden ondersteund.

Strobe Talbott vertegenwoordigde na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een optimistischer benadering. Hij wilde Rusland in de internationale gemeenschap integreren en richtte overlegorganen met de Navo op, terwijl Oost-Europese landen uitzicht kregen op Navo-lidmaatschap. In de jaren negentig verbeterden de betrekkingen tijdelijk en werd zelfs gesproken over een mogelijk Russisch Navo-lidmaatschap. Poetin wilde echter alleen toetreden als Rusland als gelijkwaardige grootmacht zou worden uitgenodigd en niet dezelfde procedure hoefde te volgen als andere landen. De uitbreiding van de Navo heeft hij nooit aanvaard.

De auteur benadrukt dat Kennans analyses niet volledig waren. Kennan besteedde te weinig aandacht aan de geostrategische veiligheidszorgen van Rusland. Stalin wilde na de Tweede Wereldoorlog vooral voorkomen dat Duitsland opnieuw via Polen en Oekraïne Rusland zou aanvallen. Ook Poetins angst voor de Navo is volgens de auteur feitelijk ongegrond, maar Europa moet wel begrijpen dat deze dreigingsperceptie het Russische beleid beïnvloedt.

De centrale conclusie is dat dialoog met Moskou mogelijk nodig is, maar niet mag worden verward met vertrouwen of een duurzaam compromis. Rusland wordt volgens de auteur, ongeacht de heersende ideologie, gedreven door expansiedrang, revanchisme en een voortdurende behoefte aan externe vijanden. Europa moet daarom zowel cultuurhistorisch als geopolitiek naar Rusland kijken, zijn eigen samenhang versterken en duidelijke grenzen stellen. Het gezamenlijke westerse front staat juist nu onder druk: precies de verdeeldheid waarvoor Kennan al in 1946 waarschuwde.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp ziet Monique Hansler opnieuw in topvorm: 'Zo is die vrouw niet!'