Wat een anti-azc-snelwegblokkade moest worden, bleef op de stoep
In dit artikel:
Zaterdag stonden een handjevol anti-azc-activisten bij een druk kruispunt vlakbij de A12 in Utrecht met het doel te bewijzen dat zij anders worden behandeld dan Extinction Rebellion (XR), dat een week eerder de snelweg bezette. De blokkade bleef uit: de groep groeide van een paar mensen naar ongeveer dertig en bleef niet verder komen dan de stoep nadat de politie snel een linie vormde.
De actie werd georganiseerd via sociale media; een man die zich vooraan meldde als Vincent had een online poster aangepast en plaatste die opnieuw, maar presenteerde zich niet als formele organisator en wilde zijn achternaam niet in de krant. De demonstranten — deels gekleed in zwart, met harde house uit een grote speaker en een prinsenvlag aan het hek — sloten zich aan bij Nationale Trots, een anti-azc-groep. Zij wilden met hun actie het verschil in handhaving aantonen: “Wij worden weggeknuppeld,” zei een van hen over eerdere ingrepen, verwijzend naar politieoptreden bij andere protesten. Vincent zei dat de groep vreedzaam wilde blijven; vuurwerk was toegestaan binnen grenzen.
Ongeveer honderd meter verderop hielden zo’n vijftig tegendemonstranten zich op, kleurrijk gekleed en met spandoeken als “Welkom in Utrecht”. Zij organiseerden zich onder andere vanuit feministische hoek (Dolle Mina) en wilden een tegengeluid laten horen, ook omdat er een azc in de buurt is. Tegendemonstranten wezen erop dat seksueel geweld vaker door bekenden dan door vreemden wordt gepleegd en verwijzen naar onderzoek en berichtgeving dat omwonenden van azc’s zich niet per se onveiliger voelen.
Vanwege veiligheidsoverwegingen besloten Openbaar Ministerie, politie en gemeente de groepen gescheiden te houden; alleen pers mocht wisselen tussen de vakken. Toen een klein deel van de anti-azc-groep toch probeerde naar het kruispunt te gaan en hekken verplaatste, bleef grootschalig geweld uit: de ME gebruikte geen wapenstok en de bijeenkomst liep zonder grotere incidenten uit elkaar. De tegendemonstranten waren tijdens de onrust al vertrokken; op straat bleef enkel stoepkrijt met een hartje en de tekst “meer liefde” achter.