"Wat ben ik eigenlijk aan het doen?" Tuincoach Pieter Swinkels leerde zijn tuin loslaten
In dit artikel:
Veel mensen willen meer natuur in hun tuin, maar weten niet hoe ze moeten beginnen. Pieter Swinkels, tuincoach voor de gemeente Nunspeet, pleit daarom voor natuurlijk tuinieren: minder ingrijpen en meer ruimte geven aan natuurlijke processen. Volgens hem hoeft een tuin niet strak en opgeruimd te zijn om mooi of verzorgd te lijken. Juist langer gras, gevallen bladeren en planten die spontaan tussen tegels groeien, kunnen bijdragen aan een gezonde en biodiverse omgeving.
De voorkeur voor kort gemaaide gazons, kale grond en strak aangelegde borders is volgens Swinkels vooral cultureel bepaald. Het Engelse gazon was ooit een statussymbool van de adel, omdat het veel tijd en geld kostte om te onderhouden. In droge perioden blijkt dit ideaalbeeld bovendien kwetsbaar. Kort gras warmt sneller op en wordt eerder geel, terwijl langer gras koeler blijft, schuilplaatsen biedt aan dieren en ruimte geeft aan soorten als paardenbloemen en klavers. Geel gras is volgens Swinkels niet dood en herstelt meestal na regen; minder sproeien kan het gazon juist sterker maken.
Ook de bodem moet volgens de tuincoach als een levend systeem worden behandeld. Bladeren, takjes en ander organisch materiaal beschermen de grond tegen uitdroging, houden regenwater vast en voeden het bodemleven. Niet al het blad is geschikt om te laten liggen, maar veel soorten dragen bij aan de natuurlijke kringloop. Een bedekte bodem voorkomt bovendien dat ongewenste kruiden massaal kiemen. Schoffelen, intensief betreden en onnodig opruimen kunnen de bodem verdichten of het bodemleven verstoren.
Voor nieuwe beplanting adviseert Swinkels vooral inheemse en streekeigen soorten te kiezen die passen bij de bodem en het plaatselijke klimaat. Een plant die veel vlinders aantrekt, is niet automatisch ecologisch waardevol. De vlinderstruik levert bijvoorbeeld wel nectar, maar is een exoot met relatief beperkte voedingswaarde en kan zich bij natuurgebieden verspreiden. Insecten hebben naast nectarplanten ook zogenoemde waardplanten nodig om zich voort te planten. Brandnetels zijn bijvoorbeeld belangrijk voor vlinders, terwijl witte dovenetel specifiek is aangepast aan hommels.
Wie wil beginnen, kan volgens Swinkels klein starten, bijvoorbeeld met één vierkante meter. Een tegel kan worden gewipt om schrale zandgrond vrij te maken, waarna mulch zoals bladeren, gras, houtsnippers of compost het vocht beter vasthoudt. Door planten en zaden te kiezen die bij de grondsoort passen en bij voorkeur biologisch zijn opgekweekt, ontstaat geleidelijk een gevarieerde tuin die het hele jaar door voedsel en schuilplekken biedt.
De belangrijkste verandering is volgens Swinkels een andere manier van kijken. In plaats van voortdurend te corrigeren wat niet aan het traditionele tuinbeeld voldoet, kunnen bewoners eerst observeren wat er vanzelf gebeurt. De juiste planten op de juiste plek maken tuinen weerbaarder tegen droogte en geven ondergronds en bovengronds meer ruimte aan planten, insecten, vogels en andere dieren.
Vandaag Inside: Valentijn: ‘Het is niet te verantwoorden dat Feyenoord zoveel geld laat liggen!’