Wat als je 15-jarige zoon vraagt of je sigaretten voor hem wil kopen?
In dit artikel:
Een 15‑jarige jongen vertelt zijn ouders dat hij al enkele maanden twee à drie sigaretten per dag rookt, dat hij er ontspanning van heeft en niet van plan is te stoppen. Omdat hij zelf niet legaal kan kopen, zegt hij illegale sigaretten te moeten aanschaffen en vraagt hij zijn ouders die voor hem te kopen. De ouders maken zich zorgen: niet alleen over zijn gezondheid, maar ook over het risico dat betrokken raken bij de handel in gestolen goederen zijn toekomst kan schaden — bijvoorbeeld doordat hij een VOG nodig heeft voor zijn droombaan.
Kinder‑ en jeugdpsycholoog in opleiding Miriam van Ommeren begrijpt waarom de jongen dit vraagt: pubers zoeken grenzen op en denken vooral vanuit eigen plezier. Ze adviseert ouders scherp te blijven tot de jongen 16 wordt, omdat zij volgens haar tot die leeftijd nog vrij kordaat kunnen optreden en geboden gedrag kunnen afdwingen. Over het verzoek om sigaretten te kopen is haar standpunt helder: niet doen en geen faciliteren.
Psycholoog en opvoedkundige Tischa Neve benadrukt dat louter verbieden vaak averechts werkt en tot liegen en stiekem gedrag leidt. Ze raadt ouders aan afkeuring uit te spreken zonder alleen te preken, en in plaats daarvan empathisch het gesprek te blijven voeren. Leg uit dat roken op jonge leeftijd verslavender is en dat het lastig is om later te stoppen, maar verlies de open communicatie niet uit het oog. Beide deskundigen prijzen de eerlijkheid van de jongen en vinden dat ouders moeten proberen de regie terug te nemen zonder hem volledig te isoleren of verantwoordelijkheid voor zijn keuzes over te nemen.