'Wasteman' is een zinderende, psychologische gevangenisfilm waarin de personages geen kant op kunnen
In dit artikel:
Het Engelse gevangenisdrama Wasteman (geredigeerd in een recensie verschenen op 29 april 2026) koppelt uitgesproken stijl aan psychologisch spel. Regisseur Cal McMau zet een vervaagd kleurenpalet in dat aan misdaadfilms uit de jaren zeventig doet denken en opent met een lang, strak gechoreografeerde vechtscène: de camera blijft dicht op de worstelende mannen, veel slow motion en subjectieve standpunten — ook vanuit de ME’ers met hun doorzichtige oproerschilden — waardoor de confrontatie intens en tastbaar wordt.
Centrales in het verhaal zijn de teruggetrokken Taylor (David Jonsson) en de flamboyante, gewelddadige Dee (Tom Blyth). Taylor krijgt uitzicht op vervroegde vrijlating en de mogelijkheid zijn inmiddels tienerzoon terug te zien; Dees komst verstoort die hoop en dwingt hem keuzes te maken. Typische gevangenisconventies worden efficiënt ingezet: de twee getatoeëerde 'bazen' die drugs en bescherming regelen, Taylors rol als kappersknecht en zijn afhankelijkheid van middelen zijn snel duidelijk zonder veel expositie. Dee komt in eerste instantie als stereotype bruut binnen, maar toont ook een ontwapenende kant en biedt Taylor een ander perspectief — waardoor de film steeds balanceert tussen belofte van verlossing en de valkuilen van geweld.
Wasteman boeit vooral doordat vorm en inhoud elkaar versterken: de visuele regie houdt je vast, terwijl het script de personages gevangen houdt in herhalende cycli van onmacht. De titel — Britse straattaal voor ‘iemand die een verspilling van ruimte is’ — laat de vraag open wie die etikettering verdient, en pas het slot geeft daar antwoord.