Was opa een nazi? Voor veel Duitsers is die vraag nog altijd onbeantwoord
In dit artikel:
Een stormloop op de website van de Amerikaanse National Archives toont dat veel Duitsers nog steeds duidelijkheid zoeken over of hun (achter)ouders lid waren van de NSDAP, ruim tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog. De originele lidmaatschapskaarten liggen in Berlijn maar zijn moeilijk toegankelijk: geïnteresseerden moeten schriftelijk verzoeken en archivarissen besluiten, binnen strikte privacyregels en soms staatsbelangsoverwegingen, wie welke stukken mag inzien. Het besluit om kopieën online te zetten kwam juist vanuit Washington: de Amerikanen maakten na de oorlog microfilms van het partijarchief en sinds eind februari zijn die digitale kopieën vrij raadpleegbaar.
De openbaarheid wordt gezien als middel om stilte en ontkenning rond het naziverleden te doorbreken. In Duitsland worstelen nog generaties met vragen over de betrokkenheid van familieleden; vergelijkbare debatten speelden in de jaren negentig tijdens tentoonstellingen over misdaden van de Wehrmacht. Nationale verschillen zijn groot: in Polen zijn dossiers van de communistische veiligheidsdienst vrij toegankelijk — na aanvankelijke emotionele reacties is daar de publieke omgang ermee vertraagd genormaliseerd. In Nederland is het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging pas recent beperkter opengesteld, wat ook emoties oproept.
Belangrijke beperkingen temperen de nieuwe toegang: 10–20 procent van de NSDAP-kaarten ontbreekt. Bovendien is lidmaatschap geen eenduidig bewijs van overtuiging: wie zich vóór 1933 aansloot was waarschijnlijk ideologisch betrokken, maar veel aanmeldingen na 1933 waren opportunistisch (om werk te krijgen of te behouden). Cruciale bronnen ontbreken grotendeels: het SA-archief is vrijwel vernietigd en van SS-personeelsdossiers is nog ongeveer 60 procent terug te vinden. Daardoor blijven voor veel families onduidelijkheden bestaan, ondanks het grotere aanbod aan bronmateriaal.