Was Hans Ree jaren lang kind aan huis in een crimineel schaakclubhuis?
In dit artikel:
Grootmeester Hans Ree reageert op een nieuw boek over schaakcafé Het Hok in Amsterdam en vraagt zich af of die geliefde plek wel zo onschuldig was als velen dachten. Het boek heet Schaakcafé Het Hok Amsterdam met de ondertitel Verhalen uit een crimineel clubhuis, en werpt een blik op de geschiedenis van het oorspronkelijke café op het Leidseplein (De oude Schouwburg, bijgenaamd ’t Hok) en diens opvolger aan de Lange Leidsedwarsstraat.
Ree schildert het café als een persoonlijk tweede huis uit zijn studententijd: een plek waar hij onderweg van zijn ouderlijk huis naar college vaak uitpufte, waar hij collega’s en kampioenen als Tan Hoan Liong en Kick Langeweg ontmoette, en waar internationale grootheden als Reuben Fine en jazzicoon Art Blakey incidenteel opdoken. In 1972 werd het Leidsepleincafé verkocht; een jaar later opende Het Hok elders, waar Ree aanvankelijk nog vaak kwam maar na verloop van tijd minder.
De auteur van het boek is Michiel van Eijk, bekend van de controverse rond de verkoop van Hitlers Mein Kampf; dat leidde tot processen en een Hoge Raad-uitspraak in 2017. Van Eijk exploiteert de Totalitarian Art Gallery en is zelf een van de schakers die in zijn verhaal voorkomt. Zijn toon is wisselend: hij belicht met milde nieuwsgierigheid de geleidelijke instroom van winkeldieven, helers, beursjongens en andere louche types die volgens hem het café deels overnamen, en stelt dat het op een gegeven moment zelfs in handen kwam van de beruchte maffiabaas Klaas Bruinsma. Tegelijkertijd is hij kritisch over de cultuur van de jaren zeventig — het politieke en sociale klimaat van die tijd krijgt een snauw.
Het boek bevat kleurrijke anekdotes: van een plattelandsvrouw die onverwacht aan een schaaktafel komt vertellen dat ze “zwanger wil worden” en daarmee de aanwezigen laat vluchten, tot de handel in vermeende kunstwerken van Herman Brood met nagemaakte echtheidscertificaten. Ondanks het diverse gezelschap — schakers, kaarters, gokkers, scholieren van het Barlaeus — functioneerde het café lang als een losse gemeenschap. Vorig jaar echter moest het pand verkocht worden; het draait nu als restaurant De Hollandse Pot. De laatste eigenaar miste de schakers, die vaak uren bleven hangen op één kopje koffie, en noemde hen de ziel van het etablissement.
Ree sluit af met een nostalgische partijgeschiedenis: een simultaan in 1959 tegen Michail Tal en het portret van stamgast mr. J. G. van Eybergen, bijgenaamd ‘het Ei’. Het verhaal van Het Hok blijft daarmee ambivalent: een culturele ontmoetingsplek met een rijk sociaal leven, maar ook met schaduwkanten en veranderende gezichten die de herinnering complex maken.