Was Frits Bolkestein een wegbereider van de anti-islampolitiek van Fortuyn en Wilders?
In dit artikel:
De recent verschenen biografie De ongenaakbare van Dik Verkuil schetst Frits Bolkestein als een complex en soms tegenstrijdig figuur in het Nederlandse integratie- en islamdebat. Verkuil neemt afstand van academici die Bolkestein zien als een directe wegbereider van het anti-islamische populisme van Pim Fortuyn en Geert Wilders. In plaats daarvan betoogt hij dat Bolkestein door het vraagstuk van immigratie, integratie en islam openlijk te adresseren juist een barrière heeft opgeworpen tegen populistische simplificaties. Maar of dat beeld standhoudt, is volgens de biograaf en critici vraagtekens waard.
Centrale rol in de boekbeschrijving speelt Bolkesteins Lüzern-lezing uit 1991, waarmee hij het integratiedebat opende dat decennia meeging. Daarin stelde hij dat westerse waarden — scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, verdraagzaamheid en non-discriminatie — voortkomen uit een lange christelijke en rationele traditie, en dat de islamitische wereld hier ver achter zou lopen. Die benadering plaatst Bolkestein in een bredere traditie van zogenoemd “civilizationism”: het tegenover elkaar zetten van beschavingen in plaats van nationale identiteiten.
Belangrijk voor zijn denkrichting was de invloed van Elie Kedourie, een conservatieve Midden-Oostenkenner die Bolkestein na de Iraanse Revolutie (1979) veel las. Kedourie, opgegroeid als Jood in Bagdad, keerde zich fel tegen dekolonisatie en Arabisch nationalisme en verdedigde een essentialistische visie op de islam: een uniforme, niet-democratische cultuur, waarvoor hij vaak het Britse kolonialisme vergoelijkte. Verkuil laat zien hoe dergelijke koloniale en essentialistische ideeën via Bolkestein het Nederlandse debat binnensijpelen.
Tegelijk benadrukt de biografie dat Bolkesteins opvattingen niet consistent waren. Hij wisselde scherpe kritiek op de islam af met noten van relativisering: soms noemde hij islam en westers liberalisme onverenigbaar, op andere momenten zag hij compatibiliteit; soms waarschuwde hij voor islamisering, dan weer ontkende hij die dreiging. Die wisselvalligheid maakt het lastig hem eenduidig als voorloper of tegenstander van het populisme te typeren.
De auteur plaatst dit in een bredere kritiek: culturen zijn nooit monolithisch en ook het Westen kent reactionaire stromingen. Historische ingrepen door westerse mogendheden (zoals de coup in Iran 1953) laten zien dat geopolitiek en belangen een rol spelen in de ontwikkeling van samenlevingen. Kortom: Bolkestein was zowel beïnvloed door hardnekkige essentialismen als zelf een ambivalente actor in het debat over islam, integratie en populisme.