'Was de dode lichamen niet': hoe Patrick voorlichting gaf over ebola, en het zelf kreeg
In dit artikel:
Eind 2013 tot 2016 woedde in West-Afrika een grote ebola-epidemie, vooral in Guinee, Liberia en Sierra Leone; volgens het Rode Kruis vielen daarbij 11.325 doden. Faley werkte toen als vrijwilliger voor het Liberiaanse ministerie van Volksgezondheid en trok van dorp naar dorp om mensen te informeren over hoe het virus zich verspreidt en welke gedragsmaatregelen besmetting kunnen voorkomen, zoals het vermijden van handen schudden en het niet zelf wassen van overledenen bij traditionele begrafenisrituelen.
Toch brak hij eigen regels: bij de begrafenis van een collega gaf hij wel de hand en omhelsde mensen — “Je moet dan handen schudden, je moet mensen knuffelen,” zei hij later tegen de BBC — en drie dagen later werd hij ziek. Hij belandde in een ziekenhuis in Monrovia; ook zijn vrouw en zijn vierjarige zoontje Momo raakten besmet. Faley en zijn vrouw overleefden, Momo stierf.
De ervaring onderstreept twee belangrijke lessen voor het bestrijden van ebola: snelle opsporing van patiënten is cruciaal om verdere verspreiding te stoppen, en interventies werken beter wanneer lokale teams het voortouw nemen omdat buitenstaanders soms wantrouwen of angst veroorzaken. Kenmerkende symptomen van ebola zijn in de beginfase koorts, hoofdpijn en spierpijn; ernstiger ziektebeelden omvatten braken, diarree en bloedingen (bron: RIVM). Deze praktijken en inzichten uit 2013–2016 worden nu opnieuw ingezet bij latere uitbraken.