Warm water uit een kilometers diepe put verwarmt nu woningen in Delft. Ook elders is er interesse in geothermie
In dit artikel:
Op de campus van de TU Delft is een nieuw geothermie- en warmtenet in aanleg: bouwvakkers werken aan een grote warmtepomp en de geothermiebron is al in gebruik. Universiteitsgebouwen en studentenwoningen worden al verwarmd met water dat van ongeveer twee kilometer diepte omhoog wordt gepompt; binnen enkele maanden worden ook circa 6.000 sociale huurwoningen in de wijken Voorhof en Buitenhof aangesloten.
Het initiatief kent een lange aanloop: het idee dateert uit 2007 en in 2017 kwam de eerste subsidie. De realisatie vroeg om een complex palet aan financiering: de gemeente gaf een investeringssubsidie van 4 miljoen, er kwam onderzoekssubsidie en uit het nationale fonds voor duurzame warmte kan over vijftien jaar tot circa 93 miljoen beschikbaar komen. NetVerder, de partij die het warmtenet exploiteert, ontvangt daarnaast ongeveer 23 miljoen van rijk en gemeente. Wethouder duurzaamheid Maaike Zwart (STIP) benadrukt dat dit project een belangrijk onderdeel van haar periode in het college is en dat het vooral geschikt is voor kwetsbare wijken met veel slecht geïsoleerde flats.
De keuze voor geothermie en een collectief warmtenet is vooral praktisch voor gebouwen waar individuele warmtepompen onhaalbaar zijn. Die pompen leveren relatief lage temperaturen en vragen veel elektriciteit; voor veel oudere flats en een overbelast elektriciteitsnet zijn ze geen goede oplossing. Geothermie levert water van rond de 75 °C bij twee kilometer diepte —temperatuur en continuïteit die goed werken voor minder geïsoleerde woningen en die bovendien weinig elektriciteit vergen.
Toch zijn er belangrijke obstakels. Boren naar diepte is duur en risicovol; investeringskosten liggen vooral aan het begin, terwijl bestaande subsidieconstructies vaak pas aan het eind uitkeren. Ook het aanleggen van het warmtenet is kostbaar en ingrijpend: er moet een nieuw leidingennetwerk door wijken lopen en vrijwel elke straat wordt opengebroken. De afgelopen jaren leidde dit tot discussies over publieke versus commerciële exploitatie. Sinds de Wet collectieve warmte moeten warmtenetten voor ten minste de helft in publieke handen zijn en gemeenten de regie voeren, maar dat lost het financieringsprobleem niet volledig op.
Nationaal is geothermie niet nieuw: vooral in de glastuinbouw zijn al zo’n 25 projecten actief. Volgens brancheorganisatie Geothermie Nederland zijn er nu 151 warmtenetprojecten in ontwikkeling, waarvan twintig met geothermie. Voorbeelden van gemeenten die stappen zetten zijn Purmerend, Amsterdam, Den Haag, Tilburg en de regio Rijnland; Rijswijk stemde recent bijna unaniem in met een bijdrage van ruim 700.000 euro voor een geothermieput en warmtenet, met aanvullende financiering van corporaties en HVC.
In Delft zijn de graaf- en leidingwerkzaamheden zichtbaar: dikke geïsoleerde buizen in open straten, met aanlegtempo tot circa 40 meter per week op rechte stukken en langzamer in bochtige woonwijken. De eerste aansluitingen richten zich op corporatieflats —woningen die lastig met individuele warmtepompen te verduurzamen zijn— waarna rijtjeshuizen volgen. Bewonersparticipatie en betaalbaarheid blijven cruciale thema’s; overleg en garanties over stabiele kosten zijn nodig om draagvlak te behouden. Delft ziet geothermie als een robuuste optie om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen en geopolitieke prijsfluctuaties.
Vandaag Inside: Jort Kelder: 'PRO wil belastingen verhogen, terwijl de overheid zelf te veel geld uitgeeft!’