Waren 'links-extremisten' werkelijk verantwoordelijk voor de aanslag in Berlijn?
In dit artikel:
In januari 2026 werd een groot deel van Zuidwest-Berlijn dagenlang zonder elektriciteit gezet nadat onbekenden hoogspanningskabels saboteerden; naar schatting raakten zo’n 100.000 inwoners en meer dan 2.000 bedrijven getroffen — de langste stroomuitval in Berlijn sinds de Tweede Wereldoorlog. De daders lijken weinig technische kennis nodig te hebben gehad: volgens een van de claimbrieven volstond het plaatsen van metalen staven tussen bundels kabels op een brug en daarna brand stichten om kortsluiting te veroorzaken.
Drie verschillende groepen eisten de aanslag op en alle brieven kwamen onder de naam ‘Vulkangruppe’ binnen; stilistisch verschillen de teksten sterk, zodat onduidelijk is of het om dezelfde dader(s) gaat als bij eerdere aanslagen sinds 2011. Opsporingsdiensten houden voorlopig vast aan de theorie van links-extremistische daders, maar sommige politici wijzen ook op mogelijke Russische inmenging vanwege passages die op vertalingen uit het Russisch lijken.
De zaak leidde tot felle politieke reacties. Burgemeester Kai Wegner (CDU) en anderen wezen snel richting links-extremisten, terwijl critici, onder wie veiligheidsspecialist Manuel Atug, wijzen op jarenlang verwaarloosde beveiliging van vitale infrastructuur. Locoburgemeester Franziska Giffey (SPD) concentreerde zich volgens de kritiek op de vraag wie de daders zijn in plaats van op investeringen en preventie. Op nationaal niveau gebruikt minister Alexander Dobrindt (CSU) de gebeurtenis om meer personeel en bevoegdheden voor veiligheidsdiensten te eisen en toezicht op milieuactivisten te versterken. Veiligheidsexperts vragen juist aandacht voor structurele kwetsbaarheden in het energienetwerk.