Wanstaltige knieval voor links: Kabinet-Jetten sluit miljoenenakkoord met Progressief Nederland

donderdag, 4 juni 2026 (05:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

D66-minister Tom van Sjoerdsma heeft kort vóór de behandeling in de Eerste Kamer een akkoord gesloten met Progressief Nederland (PN) om steun voor de rijksbegroting veilig te stellen. De deal, die nodig was omdat de coalitie (D66, VVD, CDA) samen slechts 22 van de 75 Senaatszetels heeft, omvat een extra pakket van ongeveer 380 miljoen euro voor ontwikkelingssamenwerking en aanverwante noodhulp. De begroting staat gepland om op 16 juni in de Eerste Kamer te worden behandeld; zonder deze steun zou het kabinet een uitzonderlijke afwijzing hebben kunnen oplopen.

Omdat VVD en minister Heinen van Financiën geen extra belastinginkomsten wilden inzetten, werden de middelen binnen Sjoerdsma’s eigen departement gevonden via een zogenaamde kasschuif: 202 miljoen euro is verschoven uit het budget van 2031 (bestemd voor opvang in de regio en terugkeer van Syrische migranten) en 178 miljoen uit de jaarschijven 2028/2029 — naar verluidt grotendeels bedoeld voor steun aan Oekraïne. Er gaan ook berichten dat een deel naar noodhulp voor een mogelijke ebola-uitbraak kan gaan. Critici wijzen erop dat zulke verschuivingen toekomstige jaarvakken belasten en politieke keuzes voor later bemoeilijken.

De uitkomst is politiek beladen. Volgens berichtgeving heeft Sjoerdsma zijn kansen in Haagse onderhandelingen zelf verkleind door eerdere besluiten — zoals het verhogen van steun aan UNRWA — waarmee hij partijen aan de rechterzijde (onder meer JA21 en SGP) tegen zich kreeg. PN zou de extra middelen als harde voorwaarde hebben gesteld voordat zij bereid waren de begroting te steunen. Voor het kabinet betekent de overeenkomst dat het bereid was concessies te doen aan een buitenparlementaire linkse partij om een parlementaire nederlaag te voorkomen.

Kort samengevat: om een historische afwijzing van de begroting te vermijden, heeft minister Sjoerdsma met PN een last‑minute akkoord gesloten dat circa 380 miljoen aan ontwikkelings- en noodhulp vrijmaakt door budgetten van toekomstige jaren te herschikken — een oplossing die zowel praktische als politieke spanningen oproept over draagkracht, prioriteiten en intertemporele financiële lasten.