Wanneer kunnen we spreken van een Derde Wereldoorlog?

zaterdag, 7 maart 2026 (23:20) - Trouw

In dit artikel:

De vraag of we al in een Derde Wereldoorlog zitten, houdt strategen bezig nu tegelijk oorlogen in het Midden-Oosten en in Europa woeden. Tim Sweijs, onderzoeksdirecteur bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, hanteert een concrete definitie: er is sprake van een wereldoorlog wanneer in meerdere oorlogstheaters strijd plaatsvindt die onderling verbonden zijn doordat grootmachten elkaar direct tegenover zich krijgen. Volgens hem zijn er nu twee van de drie relevante theaters actief — Oekraïne en het Midden-Oosten — maar nog geen wereldomspannende confrontatie, omdat de strijdende partijen elkaar nog niet rechtstreeks op het slagveld treffen.

Situatieschets: Rusland vecht in Oekraïne, met politieke en materiële steun uit onder meer China, Noord-Korea en Iran; het Westen steunt Oekraïne. In het Midden-Oosten is er oorlog tussen Israël (met steun van de VS) en Iran; Iran zoekt volgens Sweijs escalatie door ook Europese doelen en NAVO-bases en schepen aan te vallen. Recent werd boven Turkije een Iraanse raket neergehaald, wat aantoont hoe snel een NAVO-reactie — en daarmee artikel 5 — een bredere oorlog zou kunnen ontketenen. Als Rusland en Iran zich vervolgens formeel zouden verenigen tegen NAVO-landen, zou dat volgens Sweijs sterk op een wereldoorlog gaan lijken.

Als derde potentieel theater noemt Sweijs Taiwan: een Chinese poging tot inlijving van Taiwan zou vrijwel zeker tot een brede conflictgolf leiden, omdat de VS zich heeft verbonden aan Taiwan’s verdediging en landen als Japan en Zuid-Korea erbij betrokken zouden kunnen raken. Frans Osinga, hoogleraar oorlogsstudies in Leiden, benadrukt dat directe betrokkenheid van grootmachten essentieel is voor de term ‘wereldoorlog’. Tot nu toe blijven China en Rusland grotendeels terughoudend in het Midden-Oosten; Europese landen opereren vooral defensief door steun te bieden tegen luchtaanvallen. Escalatiepunten zouden zijn: Chinese inzet tegen Amerikaanse middelen of Russische militaire steun aan Iran, maar zelfs dergelijke confrontaties hoeven niet per se te betekenen dat beide partijen langdurig en volledig in oorlog raken.

Historische context: Floribert Baudet, hoogleraar militaire geschiedenis, wijst erop dat de term ‘wereldoorlog’ eeuwenoude wortels heeft en in moderne zin vooral past bij grootschalige, existentiële nationale conflicten met massale legers en algemene dienstplicht, zoals in 1914 en 1939. Vanuit dat perspectief zijn de huidige conflicten nog beperkt van aard; er is veel leed, maar geen directe, grootschalige confrontatie tussen alle grootmachten.

De kernconclusie van de betrokken experts is dat de wereldorde sterk verstoord is en dat het risico op verdere escalatie reëel is — met gevolgen voor veiligheid, energiezekerheid en handelsroutes — maar dat er op dit moment nog geen Derde Wereldoorlog gaande is. De Duitse politicoloog Herfried Münkler pleit in dit licht voor hernieuwde geopolitieke ordening gedragen door vijf grootmachten om dergelijke spanningen beter te beheersen.