Wanneer het licht echt uitgaat: het vergeten effect van de energietransitie
In dit artikel:
In Brussel bezocht Europarlementariër Auke Zijlstra (PVV) bijeenkomsten over energie—waaronder een presentatie van Tirol over alpine waterkracht—and raakte daar in gesprek over een weinig besproken maar cruciale kwestie: black start-capaciteit. Dat is het vermogen van een elektriciteitsinstallatie om zelfstandig op te starten en zo een volledig plat netwerk weer op te bouwen. Zonder zulke eenheden blijft een grootschalige black‑out langdurig of onherstelbaar.
Het artikel legt uit waarom black starts steeds problematischer worden. Het Europese elektriciteitsnet vereist stabiele frequentie (50 Hz) en acceptabele spanning; conventionele centrales (kolen, gas, kern, en vooral waterkracht) leveren door hun draaiende massa natuurlijke inertie en zijn vaak in staat autonoom te starten. Windturbines en zonneparken leveren die eigenschappen nauwelijks: windturbines werken via converters zonder echte rotatiemassa en zonnepanelen kunnen lokaal sterke spanningsfluctuaties veroorzaken. Daardoor neemt de stabiliteit van het systeem af naarmate meer hernieuwbare bronnen het aandeel van conventionele opwekking vervangen.
Als illustratie beschrijft Zijlstra de totale black‑out in Spanje en Portugal op 28 april 2025. Een lokale overvoltage leidde tot automatisch uitschakelen van transformatoren en een kettingreactie, waarna tot meer dan 20 GW uitviel en de frequentie onder kritische waarden daalde. Herstel verliep via black‑starteenheden: Portugal gebruikte een gasturbine en een waterkrachtcentrale om neteilanden op te bouwen; Spanje kreeg hulp via Frankrijk en Marokko. Binnen 24 uur was het grootste deel van het verbruik hersteld, maar het laat zien hoe kwetsbaar systemen zijn zonder voldoende en verspreide black‑startbronnen.
Het probleem wordt verergerd door beleidskeuzes. Europese klimaatdoelen en marktrichtlijnen stimuleren het afbouwen van fossiele centrales en kernenergie—precies de eenheden die inertia en black‑startvermogen bieden. Duitsland sluit kolencentrales en stopte met kernenergie; Berlijn wil nu nieuw gasvermogen bouwen, maar de Europese Commissie stelde beperkingen (bijv. een lagere toegestane capaciteit) die heropbouw bemoeilijken. België en Nederland worstelen vergelijkbaar: kerncentrales, kolen en binnenlandse gasproductie verdwijnen terwijl wind op zee groeit. Tegelijk ontbreken in vrijwel alle EU‑landen transparante gegevens over welke installaties black‑startklaar zijn en waar ze staan.
Er zijn alternatieven in ontwikkeling: pilots waarbij grote batterijsystemen een gascentrale hielpen opstarten in de VS, en Chinese experimenten met zonnepanelen plus opslag. Maar batterijen missen de robuustheid en voorspelbaarheid van roterende machines en verouderen; grootschalige inzet vereist complexe besturing en aanzienlijke investeringen.
Belangrijkste conclusie: black start is geen technisch detail maar een randvoorwaarde voor de operationele haalbaarheid van een modern energiesysteem. Europa heeft, zo waarschuwt Zijlstra, een mix nodig van geografisch verspreide waterkracht en voldoende snel-startende conventionele bronnen of even robuuste opslagoplossingen om het net betrouwbaar te houden. Zonder duidelijke beleidskeuzes en transparantie groeit het risico op grotere, moeilijk te herstellen stroomuitvalen—zelfs in Nederland.