Wanneer handhaving de menselijke maat verliest
In dit artikel:
Marcus belandt na een parkeerboete in een sneeuwbaleffect: wat begon als 120 euro groeit binnen maanden naar 369 euro omdat hij door een onstabiele thuissituatie en schaamte brieven van de overheid niet durft te openen. Zijn verhaal staat model voor veel mensen die bij schuldhulpverleners en burgerinitiatieven aankloppen: geen opzet tot ontduiking, maar tijdelijk gebrek aan overzicht en draagkracht.
Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) werkt volgens vaste wettelijke stappen: bij uitblijven van betaling volgen verhogingen — eerst 50 procent, daarna nog eens 100 procent van het oorspronkelijke bedrag — plus administratie- en uitvoeringskosten. Deze regels zijn helder en effectief in cijfers: de meeste boetes worden betaald en jaarlijks treffen honderdduizenden mensen een betalingsregeling met het CJIB, waarvan verreweg de meeste succesvol worden afgerond. Toch vallen in de uitvoering kwetsbaren buiten de boot. Schroom om post te openen en opeenvolgende tegenvallers (zoals een kapotte wasmachine) zorgen dat mensen een regeling niet kunnen volhouden; daarna geldt een korte periode waarin geen nieuwe regeling mogelijk is en het volledige openstaande bedrag ineens geëist kan worden. Dat maakt terugkeer naar betaalbaarheid vaak onmogelijk.
Ook binnen het CJIB groeit het besef dat de wettelijke verhogingen in individuele gevallen onredelijke uitkomsten kunnen geven. In de Stand van de Uitvoering 2023 en in uitspraken van de directeur is erkend dat de strikte verhogingen niet altijd in verhouding staan tot de overtreding. Medewerkers aan de telefoon horen regelmatig persoonlijke nood en ervaren weinig ruimte om maatwerk te bieden; dat knelt zowel voor inwoners als voor uitvoerders die begrip hebben maar gebonden zijn aan de regels.
Een schrijnende vergelijking is dat commerciële incassobureaus wettelijk slechts circa 15 procent aan kosten mogen rekenen, terwijl het CJIB, juridisch anders gefundeerd, veel grotere verhogingen toepast — wat critici omschrijven als een onevenredig zware last voor mensen met weinig middelen. Na de toeslagenaffaire lag er een politieke belofte om regels menselijker toe te passen; de huidige praktijk van boetesystematiek roept de vraag op of die belofte ook voor kleine, individuele dossiers geldt.
Praktische voorstellen die geen systeemomwenteling vragen maar wel de menselijke schade beperken: een herinnering voordat een verhoging ingaat, meer flexibiliteit en zachte marginale speelruimte in betalingsregelingen, en een menselijke toets bij escalatie naar deurwaarders. Voor betrokkenen zoals Marcus is dit geen abstract beleidsthema maar dagelijkse realiteit: elke maand gaat een deel van zijn uitkering naar een schuld die ontstond tijdens een verhuizing. Handhaving blijft nodig, maar de overheid moet ook beoordelen of haar instrumenten mensen helpen verantwoordelijkheid te dragen in plaats van hen onherroepelijk te breken.