Wanneer gaan de Europeanen de Straat van Hormuz weer bevaarbaar maken? De Verenigde Arabische Emiraten kunnen er niet op wachten
In dit artikel:
Mohammed Ibrahim Al Dhaheri, een invloedrijke 38‑jarige topambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Arabische Emiraten en adjunct‑directeur‑generaal van de Anwar Gargash Diplomatieke Academie in Abu Dhabi, dringt er bij Europese landen op aan snel concrete stappen te zetten voor een multinationale maritieme missie in de Straat van Hormuz. Vanuit Abu Dhabi waarschuwt hij dat praten over zo’n operatie niet genoeg is; uitvoering mag niet worden uitgesteld, ook niet zolang er geen definitief staakt‑het‑vuren is.
Al Dhaheri verwijst naar de huidige oorlogsdynamiek die eind februari escaleerde na Amerikaanse en Israëlische bombardementen op Iran, en een sinds half april wankel staakt‑het‑vuren dat herhaaldelijk door wederzijdse aanvallen wordt ondermijnd. Iran blokkeert de Straat van Hormuz sinds begin maart deels als machtsmiddel; die zeestraat was voor de oorlog goed voor ongeveer 20 procent van de wereldoliehandel. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zeggen de missie pas uit te voeren na een duurzaam staakt‑het‑vuren, en Nederland sluit deelname uit zolang er geschoten wordt — een voorwaarde waar de Emiraten het niet mee eens zijn.
Volgens Al Dhaheri moet de missie beperkt en praktisch van opzet zijn: scheepvaart veilig houden, zeemijnen ruimen, gestrande schepen bijstaan en civiele konvooien escorteren om verzekeraars vertrouwen te geven en premies te verlagen. Hij stelt twee leidende voorwaarden: strikt handelen binnen het internationaal recht en beperking tot bescherming van civiele doorvaart, en dat Golfstaten zelf medeverantwoordelijkheid dragen met de steun van partners. Historische precedenten — Amerikaanse escortes tijdens de Iran‑Irak‑oorlog en EU‑operaties tegen Somalië‑piraterij — tonen volgens hem aan dat zulke operaties mogelijk zijn, al is de huidige dreiging anders door goedkope drones, raketten en bewapende motorboten.
Al Dhaheri begrijpt Europese aarzeling na eerdere militaire interventies, maar waarschuwt dat uitstel Iran tijd geeft en de wereldwijde economie treft (olieprijzen, inflatie, kunstmest). Hij bepleit dat een brede defensieve coalitie Iran afschrikt: een aanval op een beschermd schip zou dan als aanval op de missie en deelnemende landen gelden.
De Emiraten zelf zijn het afgelopen jaar doelwit geweest van Iraanse aanvallen met drones en raketten; naar eigen zeggen vielen dertien doden en ruim 220 gewonden en raakten civiele infrastructuur, luchthavens en energievoorzieningen beschadigd. Abu Dhabi benadrukt geen partij te zijn in de oorlog, alleen zelfverdediging op grond van het VN‑Handvest te hebben toegepast. Voor een duurzaam akkoord pleit Al Dhaheri verder voor beperking van Irans nucleaire capaciteiten, het reduceren van raket‑ en dronevoorraden en het stoppen van buitenlandse inmenging — kernwapens voor Iran noemt hij een onaanvaardbare rode lijn.