Wandelen op Terschelling met Jiska (36) en Sabine (43), de tweekoppige Oerol-directie. Gesprekken met het eiland, het festival als ritueel
In dit artikel:
Op de dag dat Jiska Bazuin (36) werd benoemd tot zakelijk directeur-bestuurder van het roemruchte Oerol-festival op Terschelling, kreeg ze ook te horen dat ze zwanger is en begin juni uitgerekend. Daardoor zal ze waarschijnlijk haar eerste Oerol in die functie missen; het festival vindt dit jaar plaats van 12 tot en met 21 juni. Tegelijkertijd trad Sabine Pater (43) aan als artistiek directeur-bestuurder; zij en Bazuin vormen nu een tweekoppige directie die wil blijven voortbouwen op ruim vier decennia Oerol-geschiedenis maar met een andere bestuursstijl.
Beide vrouwen komen uit eigen gelederen: Pater werkte sinds 2012 bij Oerol en groeide door van programmacoördinator tot artistiek leider, Bazuin is er bijna drie jaar actief en werkte eerder in de cultuur- en zakelijke sector. Hun nauwe samenwerking begon meteen toen Bazuin haar zwangerschap deelde en Pater haar steun toezegde. Die persoonlijke dynamiek weerspiegelt ook het leiderschapsidee dat ze willen invoeren: minder één boegbeeld en meer meervoudige verantwoordelijkheid en teamgericht werken. Ze pleiten voor wat zij omschrijven als “nieuw leiderschap” en noemen methodes als deep democracy — besluiten maken met aandacht voor minderheidsstemmen en teamkracht — waarbij ruimte en verantwoordelijkheid gedeeld worden, maar eindverantwoordelijkheid blijft bestaan.
Het festival en de plek staan centraal in hun visie. Oerol onderscheidt zich door locatiegebonden, vaak wandelende en rituële voorstellingen die het eiland en de natuur integraal betrekken. Tijdens een wandelinterview over Terschelling lopen de directeurs langs het Bostheater, turfdôbes en strandlocaties; zulke plekken vormen een laboratorium waar makers, publiek en omgeving samenkomen. Rituelen en collectieve ervaringen — van gezamenlijke maaltijden tot wandelperformance en rouwrituelen zoals de Walk Of Grief — komen steeds vaker terug in het programma en stemmen volgens hen met maatschappelijke behoeften aan houvast en verbinding.
De nieuwe directie wil Oerol openhouden voor maatschappelijke reflectie en activisme: het festival biedt ruimte voor gesprekken over thema’s als Black Lives Matter of lokale demonstraties, niet per se door zelf acties te organiseren, maar door ruimte te creëren voor ontmoeting en debat. Pater en Bazuin benadrukken bovendien dat makers de vrijheid moeten krijgen om hun werk tijdens het tiendaagse festival verder te ontwikkelen; Oerol is daarvoor een unieke proeftuin. Namen als Tom Lanoye, Dolf Jansen en voorbeelden van makers als Nynke Laverman en S10 illustreren hoe gevestigde en opkomende makers het eiland gebruiken om vorm en inhoud te verkennen.
Praktisch blijft werken op Terschelling soms een balans: beide directeuren wonen grotendeels op de vaste wal en reizen veelvuldig. Toch zien ze die combinatie als “het beste van twee werelden” en als gunstig voor continuïteit, zeker nu er nieuwe subsidierondes aankomen. Ze willen Oerol niet alleen blijven beschermen als cultureel erfgoed — met aandacht voor het DNA van oprichter Joop Mulder — maar ook verder ontwikkelen: meerstemmig, meer van en voor lokaal én nationaal publiek en hiermee beter verankerd in de samenleving.
Kort: Oerol behoudt zijn locatiegerichte, rituele karakter, maar bestuurskundig kiest het festival bewust voor gedeelde leiding en participatie; met Bazuin en Pater als tandem moet dit model continuïteit, vernieuwing en bredere betrokkenheid brengen. Meer informatie: oerol.nl.