Wandelen door Joods Groningen in de voetsporen van Nico Rost
In dit artikel:
In de grote synagoge aan de Folkingestraat leidt gids Carel eind december bezoekers door de voormalige Joodse buurt van Groningen. De wandeling koppelt locaties in de stad — de synagoge, het Rabinaatshuis, steegjes rond de Nieuwstad en Stolpersteine — aan het verhaal van de vooroorlogse Joodse gemeenschap en de vernietiging daarvan tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Carel gebruikt het werk en leven van journalist Nico Rost als rode draad. Rost, afkomstig uit een Joods gezin, werkte als correspondent in Berlijn, zat kort in Oranienburg, vluchtte naar Spanje en keerde terug naar Nederland, waarna hij in 1943 werd gedeporteerd naar Dachau. Na de oorlog publiceerde hij onder meer Goethe in Dachau (1946) en later De vrienden van mijn vader — een boek dat hij zelf als gedenkteken voor de Groninger Joden bestempelde en waarin hij de krotten en extreme armoede beschrijft waarin veel stadgenoten leefden.
Voor de oorlog woonden ongeveer 3.000 Joden in Groningen; na de bevrijding keerden naar schatting hooguit 200 terug. Carel benadrukt dat veel van die inwoners straatarm waren en systematisch werden uitgeroeid — niet simpelweg ‘weggevoerd’ of ‘verdwenen’. Aan het Rabinaatshuis herinnert een gedenksteen aan de “moord op het Joodse proletariaat”; enkele Stolpersteine markeren woningen waarvan bewoners, zoals Moritz van der Hak en Aaltje Mozes van den Berg, in oktober 1942 vanuit Westerbork werden gedeporteerd en kort daarna in Auschwitz vermoord.
De wandeling tekent een beeld van de fysieke en sociale omstandigheden van toen: smalle steegjes, kelders en zolders vol gezinnen, ratten en lekkende daken. Opmerkelijke plekken die nog herinneren aan het Joodse leven zijn de voormalige banketbakker Hildesheim (bekend om koosjer gebak) en het geboortehuis van mezzosopraan Julia Culp. Tegenwoordig ligt de synagoge aan de rand van de rosse buurt, maar de tastbare sporen van de vooroorlogse gemeenschap blijven zichtbaar.
Carel sluit af met Rosts waarschuwing dat de massamoord op de Groninger Joden niet vergeten mag worden — niet alleen uit eerbied voor de slachtoffers, maar ook als waarschuwing voor toekomstige generaties.