Wall Street lager door aanhoudende inflatiezorgen
In dit artikel:
De aandelenbeurzen in New York begonnen dinsdag met verliezen omdat beleggers voorzichtig blijven door aanhoudende inflatiezorgen en onzekerheid over het Midden-Oosten. President Donald Trump stelde een geplande Amerikaanse aanval op Iran uit, naar eigen zeggen op verzoek van Midden-Oosterse bondgenoten om verdere onderhandelingen mogelijk te maken. Dat temperde oliekoersen iets, maar een vat blijft rond de 110 dollar kosten doordat er geen zicht is op een snelle oplossing van het conflict.
Kort na opening noteerde de Dow Jones circa 0,8% lager op 49.297 punten, de S&P 500 daalde 0,5% tot ongeveer 7.364 punten en de Nasdaq verloor 0,5% tot 25.963 punten. De hogere brandstofprijzen drukken op de inflatieverwachtingen, wat de vrees voedt dat centrale banken de rente verder moeten verhogen.
In de technologiesector bleven chipwaarden onder druk staan; de Nasdaq heeft de afgelopen dagen vooral last van verliezen in geheugenchip- en dataopslagbedrijven. Micron steeg licht (+1%) en Seagate herstelde marginal, terwijl beleggers uitkijken naar de kwartaalcijfers van Nvidia (min circa 0,2%) die woensdag verschijnen — die rapportage wordt gezien als toetssteen voor de hoge waarderingen in AI-gerelateerde chipbedrijven.
Retailer Home Depot verloor ruim 2% ondanks iets betere omzet- en winstcijfers dan verwacht. Amer Sports noteerde een sterke plus van 6,4% na gunstige resultaten.
De Brentolieprijs daalde 0,9% tot 111,05 dollar per vat; Amerikaanse olie lag rond 108,77 dollar per vat (+0,1%). De combinatie van geopolitieke risico’s en hoge olieprijzen houdt beleggers alert op inflatie- en rentepaden.