Wall Street krabbelt op na zware verliezen, olie opnieuw duurder
In dit artikel:
De Amerikaanse beurzen krabbelden maandag licht op na forse verliezen van vrijdag, maar de sfeer bleef voorzichtig door de aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten, die intussen in week vijf is. Markten reageerden enigszins positief op uitspraken van president Trump dat er zowel rechtstreeks als via tussenpersonen (met name Pakistan) gesprekken hebben plaatsgevonden met Iran, en dat er mogelijk 'betekenisvolle gesprekken' aankomen.
Kort na opening stond de Dow Jones 0,7% hoger op 45.483 punten, de S&P 500 steeg 0,6% tot 6.406 punten en de Nasdaq won 0,5% tot 21.050 punten. Beleggers houden rekening met een verkorte handelsweek omdat Wall Street op Goede Vrijdag sluit; datzelfde weekend verschijnt wel het belangrijke banenrapport, dat invloed heeft op het rentebeleid van de Federal Reserve.
Vrijdag verloren de grote indices tot 2,2% en staat de Dow inmiddels ongeveer 10% onder zijn laatste record; de S&P 500 noteert de vijfde week op rij verlies. De olieprijs klom verder door vrees voor escalatie, mede door inmenging van door Iran gesteunde Houthi-militanten. Brent steeg 2,4% naar 115,30 dollar per vat en Amerikaanse olie met 2,7% naar 102,32 dollar; de olieprijs uit het Midden-Oosten is in maart ongeveer 60% gestegen — de grootste maandelijkse toename ooit. Oliefondsen als Exxon Mobil en Chevron noteerden winst.
Ook aluminiumproducenten profiteerden, na berichtgeving over raket- en droneaanvallen op aluminiumfabrieken in Bahrein en de VAE; Alcoa en Century Aluminum wonnen respectievelijk circa 11,5% en 15,4%. Sysco verloor 12,4% na het bekendmaken van de overname van groothandel Jetro Restaurant Depot voor 29,1 miljard dollar.