Wakker in Paraguay: Een spiegel van inclusie en exclusie
In dit artikel:
De tv-serie Wakker in Paraguay volgt een groep Nederlanders die hun leven opnieuw willen opbouwen in Paraguay. De maker van het stuk herkent veel idealen bij deze groep — het verlangen naar maatschappelijke verbetering, kritisch denken en ‘maatschappelijk ondernemen’ — maar ziet ook fundamentele verschillen in aanpak. Terwijl de documentairepersonen kiezen voor afscheiding en het opzetten van een homogene gemeenschap ver van Nederland, pleit de auteur juist voor inclusie: het voeren van gesprekken met andersdenkenden en het toetsen van eigen overtuigingen binnen de bestaande samenleving (als voorbeeld noemt hij een jaarlijks stadsetentje van Pride Almere bedoeld om in plaats van over elkaar met elkaar te praten).
Centrale kritiek is dat de Paraguay-groep zich beroept op een kritisch wereldbeeld maar vaak stopt bij het “zien” van vermoedens; veronderstellingen worden als bewijs gezien zonder verder onderzoek. Dat gebrek aan factchecking wordt in aflevering twee pijnlijk zichtbaar wanneer zij ontdekken dat Paraguay wél strikte coronamaatregelen had. Daarnaast zijn enkele hoofdrolspelers, zoals Jeroen Pols en Jan Engel (met banden naar Viruswaarheid en Willem Engel), volgens de verslaggever minder gedreven door zuiver ideaalisme dan door opportunisme: voorbeelden uit de serie laten zien dat wat als maatschappelijk ondernemen wordt gepresenteerd ook economische motieven en dubieuze praktijken kan verbergen.
De documentaire toont ook hoe exclusie zich vertaalt in machtsverhoudingen op locatie: Paraguayaanse arbeiders worden ingezet voor klusjes, nannywerk en tuinonderhoud, maar moeten daarna uit het zicht verdwijnen, terwijl de Nederlanders elkaar hogere huurprijzen rekenen. Die houding, gecombineerd met zelfvoldane overtuigingen over ‘voorop lopen’ in denken, geeft volgens de auteur een gevoel van superioriteit dat haaks staat op echte maatschappelijke verandering.
De kernboodschap is dat beide kampen hetzelfde doel nastreven — een betere wereld — maar dat exclusie een schijnveiligheid biedt die groei en zelfreflectie remt. Inclusie vraagt om ongemak en kwetsbaarheid, maar maakt wel toetsing, leren en bruggenbouwen mogelijk. Voor de schrijver is dat de meer duurzame weg naar sociale vooruitgang.