Wageningse onderzoekers werken aan gewassen die aantrekkelijker zijn voor bijen en vlinders

zondag, 10 augustus 2025 (06:58) - De Volkskrant

In dit artikel:

Wageningse onderzoekers proberen gewassen aantrekkelijker te maken voor bestuivers om zowel de insectenpopulaties als de landbouwproductie te helpen herstellen. Onder leiding van Andries Temme en Thijs Fijen lopen veldproeven — onder meer bij Wageningen en op grotere schaal in Frankrijk — waarin verschillende rassen van gewassen zoals veldbonen en zonnebloemen worden vergeleken op kenmerken die insecten aantrekken: bloemvorm, kleurpatronen, geur, nectar- en pollen­samenstelling en zichtbare markeringen. Observatoren tellen gedurende de bloei nauwkeurig welke insectensoorten op welke bloemen landen; geplukte bloemen worden in het lab 3D-geanalyseerd. In Frankrijk worden bovendien camera’s en kunstmatige intelligentie ingezet om massale proeven met zonnebloemen te screenen.

De drijfveer is urgent: in de afgelopen decennia is de insectenstand in Europa sterk achteruitgegaan, mede door monotone landbouw en verlies van natuurlijke habitats. De onderzoekers hopen dat door gericht te selecteren op bloemkenmerken die bestuivers lokken, landbouwpercelen niet langer alleen een oorzaak van achteruitgang zijn maar bijdragen aan herstel. Het project Agri4pol wil geen nieuwe rassen creëren — dat duurt te lang — maar een praktisch protocol ontwikkelen waarmee veredelaars snel kunnen selecteren op bestuivervriendelijke eigenschappen. Dat maakt de aanpak toepasbaarder voor boeren op korte termijn.

Er zijn echter wetenschappelijke en praktische uitdagingen. Complexe eigenschappen zoals geur hangen samen met andere plantkenmerken, waardoor selectie onbedoelde effecten kan hebben. Ook reageren individuele planten anders dan monoculturen op een hectare schaal, en de landschappelijke context speelt een grote rol. Daarom schalen de onderzoekers op van kleine proefveldjes naar grotere proeven in verschillende Europese regio’s om te zien of voorkeuren van bestuivers per gebied verschillen.

De focus ligt op algemeen voorkomende bestuivers — honingbijen, hommels, zweefvliegen en solitaire bijen — maar ook deze soorten hebben achteruitgang laten zien. De onderzoekers benadrukken dat hun aanpak alleen zin heeft als het pesticidengebruik tijdens de bloei sterk verminderd wordt; insecten aantrekken terwijl ze vergiftigd worden is contraproductief. Als alles meewerkt, verwachten zij een situatie die zowel boeren als bestuivers ten goede komt — “een win-winsituatie” — maar waarschuwen dat dit geen allesomvattende oplossing is voor het complexe probleem van biodiversiteitsverlies.