Wachtlijsten voor stroomaansluiting, maar stroomexport neemt toe. Hoe kan dat?

vrijdag, 1 mei 2026 (09:49) - Trouw

In dit artikel:

Nederland verkoopt steeds meer stroom aan het buitenland, terwijl binnenlands vermogen en aansluitcapaciteit op veel plekken krap zijn. Volgens het jaarverslag van netbeheerder TenneT verdrievoudigde de netto-export vorig jaar naar bijna 14 TWh, goed voor ongeveer 1 miljard euro aan inkomsten. Tegelijk ontstaan in Nederland wachtlijsten voor nieuwe stroomaansluitingen en geldt vanaf 1 juli een aansluitstop in grote delen van Utrecht.

De paradox komt neer op timing en transport: er is voldoende productiecapaciteit, maar die valt niet altijd samen met de vraag of kan niet altijd de juiste kant op worden getransporteerd. Producenten moesten vorig jaar in totaal circa 1 TWh minder produceren doordat de prijs soms te laag werd of TenneT vroeg om af te schalen omdat het net de stroom niet kon verwerken. Dat is een stijging van een derde ten opzichte van het jaar ervoor en ruim tien keer zoveel als in 2022.

Negatieve groothandelsprijzen deden zich veel vaker voor: 584 uren met onder nul prijzen, tegenover 458 eerder. Door afschakeling waren die negatieve pieken wel minder extreem. Tegelijk nam het aantal uren met hoge prijzen (boven 20 eurocent/kWh op de groothandelsmarkt) toe van 98 naar 127 uur, vooral tijdens de avondpiek (ongeveer 16–21 uur). Daardoor ervaren consumenten met dynamische contracten sterk wisselende tarieven. De day-aheadprijs steeg in totaal met 12% ten opzichte van het voorgaande jaar.

Ook opvallend: piekprijzen komen niet alleen in de winter voor maar vaker in de zomer, vermoedelijk door airconditioning en de groeiende laadvraag van elektrische auto’s die ’s avonds samenvalt met minder zonproductie. Door meer inzet van gas- en kolencentrales steeg de landelijke CO2-uitstoot licht van 23 naar 25 Mt, terwijl de groei van nieuw geplaatste zonnepanelen vertraagde.

TenneT besteedde overall minder aan congestiemanagement dan in eerdere jaren — deels doordat er eerder veel in gepland onderhoud was geïnvesteerd — maar de kosten namen wel toe in regio’s waar congestie nu prominent is, zoals Flevoland, Gelderland en Utrecht.