In afgelopen jaren vertrokken zó veel politici dat wachtgeld vervijfvoudigde
In dit artikel:
Het bedrag dat voormalig Tweede Kamerleden en oud-bewindspersonen aan wachtgeld ontvangen is in tien jaar tijd sterk gestegen: van 1,6 miljoen euro in 2016 naar 8,1 miljoen in 2025. De toename hangt samen met de grote wisselingen in de Haagse politiek—vroegtijdig gevallen kabinetten, collectieve opzeggingen en partijwisselingen—waardoor meer politici aanspraak maken op de uitkering.
Een opvallend aandeel daarvan komt door het kabinet-Schoof: van de oorspronkelijke dertig bewindspersonen traden er negentien af, waarvan zeventien in 2025. Ook de zittende leden van het demissionaire kabinet krijgen recht op wachtgeld zodra een nieuw kabinet aantreedt, waardoor de totale uitkeringen in 2026 nog hoger kunnen uitvallen.
De officiële naam van de regeling is de uitkering volgens de Algemene pensioen- en uitkeringswet voor politieke ambtsdragers (Appa). De uitkering kan maximaal drie jaar en twee maanden lopen; in het eerste jaar is dat maximaal 80 procent van het laatste salaris, daarna 70 procent. Ter referentie: een Tweede Kamerlid verdient circa 10.134 euro per maand, een minister ongeveer 14.760 euro.
Experts leggen de stijging uit als direct gevolg van politieke onrust: als kabinetten hun volle vierjaaruiter zitten, daalt het totaal aan uitkeringen juist weer doordat minder mensen tussentijds vertrekken. Historische voorbeelden zijn de periode na Rutte II en Rutte III, waarin langere zittingsperiodes het aantal ontvangers terugdrongen.