Waarschijnlijk topjaar voor de torenvalk
In dit artikel:
De torenvalk, een kenmerkende roofvogel van het Nederlandse open landschap, staat sinds 2017 op de Rode Lijst van bedreigde broedvogels. Sinds 1990 nam de populatie geleidelijk af, de laatste jaren steeds sneller. In 2026 lijkt de soort echter tijdelijk te profiteren van een uitzonderlijk goed muizenjaar. Officiële landelijke cijfers van Sovon zijn nog niet beschikbaar, maar vrijwilligers in Groningen en Zuid-Limburg zagen duidelijk meer broedactiviteit en grotere legsels.
In Groningen monitorde Stichting De Rode Wiekel 165 nestkasten. Daar vlogen ongeveer 250 jongen uit, tegenover normaal 50 tot 125. In acht nesten werden zeven eieren geteld, terwijl torenvalken doorgaans vier tot zes eieren leggen. Bijzonder was ook een paar dat kort na het uitvliegen van de eerste jongen aan een tweede legsel begon. Op één erf verzorgde één mannetje zelfs twee nesten met in totaal dertien jongen; alle jongen waren gezond uitgevlogen.
Ook in de omgeving van het Limburgse Schimmert waren de resultaten beter dan gebruikelijk. Vrijwilliger Jan de Veen, die al twintig jaar nestkasten plaatst en controleert, liet in totaal zeventig kasten ophangen. Meer dan de helft wordt gebruikt. Dit jaar werden 104 jonge torenvalken geringd, tegenover 84 uitgevlogen jongen in het voorgaande jaar.
De verbetering hangt vooral samen met het grote aanbod aan veldmuizen. Die vormen het belangrijkste voedsel van de torenvalk. Door intensieve landbouw zijn muizen in veel gebieden schaarser geworden. Ook nattere winters, die mede door klimaatverandering vaker voorkomen, kunnen muizenpopulaties schaden doordat dieren verdrinken. De milde, droge winter en het beperkte aantal regenbuien in het voorjaar van 2026 zorgden juist voor gunstige omstandigheden. Anders dan sommige andere roofvogels schakelt de torenvalk moeilijk over op ander voedsel.
Nestkasten zijn belangrijk omdat torenvalken zelf geen nest bouwen en aangewezen zijn op oude kraaiennesten of halfopen kasten. In Zuid-Limburg worden die vaak snel bezet. De Groningse vrijwilligers vermoeden echter dat daar niet overal een tekort aan nestgelegenheid is: slechts een beperkt deel van hun kasten wordt gebruikt. Volgens hen ligt de structurele achteruitgang in hun regio daarom waarschijnlijk vooral aan het voedselaanbod. De goede broedresultaten bieden hoop, maar meerdere gunstige muizenjaren zijn nodig om de landelijke populatie duurzaam te herstellen.
Vandaag Inside: Gerard Joling geeft zijn mening over Jutta Leerdam na gezamenlijk optreden in Casa di Beau