Waarom zijn vruchtbaarheidsapps zo populair? 'Mensen stoppen niet als we ze nóg harder waarschuwen'

woensdag, 31 december 2026 (12:03) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Ellen Algera, postdoctoraal onderzoeker aan het Erasmus MC, onderzocht waarom steeds meer Nederlandse vrouwen apps en analoge kalenders gebruiken om hun vruchtbare dagen bij te houden en zo zonder hormonen een zwangerschap te voorkomen. Tijdens haar promotieonderzoek stuitte ze op scepsis van huisartsen, maar tegelijk signaleerde expertisecentrum Rutgers begin 2024 dat ongeveer 10% van de vrouwen tussen 18 en 29 jaar zo’n methode hanteert: ze vermijden seks of gebruiken alleen een condoom tijdens de verwachtte vruchtbare dagen. De belangrijkste motivatie is de wens om geen hormonale anticonceptie te gebruiken.

De meeste gebruikte apps zijn in feite digitale kalendermethoden: gebruikers voeren menstruatiegegevens in en krijgen een voorspelling van vruchtbare periodes. De betrouwbaarste niet-hormonale aanpak is de sympto-thermale methode, waarbij temperatuurmetingen en observatie van afscheiding (samen met instructie uit cursussen) worden gecombineerd. Algera waarschuwt dat wie alleen een app downloadt en losse regels volgt, makkelijker fouten maakt. Die zorgen worden ook breed gedeeld: eind 2023 waarschuwde het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen voor onjuiste informatie over anticonceptie op sociale media.

Voor haar studie verzamelde Algera interviews en dagboeken van gebruikers, sprak met huisartsen, observeerde spreekuurgesprekken en analyseerde richtlijnen en keuzehulpen. Ze ontdekte dat er in online gemeenschappen veel praktische kennis en ondersteuning wordt gedeeld — iets wat gebruikers helpt hun lichaam te leren kennen door dagelijkse data zoals cycluslengte, temperatuur en slijm te registreren. Die zelfverzamelde biomedische informatie is geen wetenschappelijk bewijs, maar wel ervaringskennis die voor mensen waardevol kan zijn.

Tegelijkertijd ontstond bij Algera een duidelijk spanningsveld tussen de prioriteiten van zorgverleners en die van gebruikers. Artsen leggen sterke nadruk op veiligheid en risicominimalisatie — ongewenste zwangerschap, infecties en bijwerkingen — en reageren vaak terughoudend op patiënten die expliciet geen hormonen willen. In gesprekken over vruchtbaarheidsmethoden verschuift het consult vaak naar het alleen bespreken van risico’s, terwijl zelden wordt gezocht naar wie zo’n methode wél passend zou vinden en hoe zij ondersteund kunnen worden.

Algera ziet echter toenemende aandacht in de reguliere zorg voor vruchtbaredagenmethoden en benadrukt dat waarschuwen alleen niet zal volstaan: apps en zelftracking verdwijnen niet. Haar aanbeveling is om beter te informeren en zorgvuldige begeleiding te bieden, zodat mensen die bewust kiezen voor hormoonvrije opties dit op een veilige en geïnformeerde manier kunnen doen.