Waarom zijn christenen zo verschillend?

maandag, 19 januari 2026 (17:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Christenen verschillen sterk van elkaar over belangrijke geloofszaken, en dat roept bij buitenstaanders verwarring op over waar ze zich bij zouden moeten aansluiten. De auteur — hoogleraar theologie en spiritualiteit aan de Vrije Universiteit en rector van het Hersteld Hervormd Seminarium — schetst concrete voorbeelden: variërende opvattingen over spreken in tongen, kinderdoop versus volwassenen­doop, de mogelijkheid van afval onder de heiligen, de plaats van evolutie, acceptatie van homoseksualiteit en de vrouw in het ambt. Zelfs binnen gereformeerde kringen die formeel dezelfde belijdenissen ondertekenen (zoals de Drie Formulieren van Enigheid) blijken er wezenlijke meningsverschillen te bestaan — over vaccinatie tijdens corona, over kunstmatige intelligentie, de betekenis van de kinderdoop, visies op Israël of keuze van Bijbelvertalingen.

De auteur beantwoordt de vraag waarom de Bijbel en het christendom zulke uiteenlopende interpretaties toelaten met twee hoofdargumenten. Ten eerste is het geloof geen uniform harnas: de kernbelijdenissen (Vader, Zoon, Heilige Geest; de Nederlandse Geloofsbelijdenis; de Dordtse Leerregels) vormen de basis, maar daarbinnen laat de Schrift ruimte voor veelkleurigheid. Verschillende Bijbelboeken leggen verschillende accenten — liefde, geloof, hoop, werken, historische verankering, wijsheid of de worsteling met lijden — en dat vertaalt zich in uiteenlopende accenten onder gelovigen en in verschillende culturen. De auteur illustreert dit met zijn ervaring in China: uiteenlopende tradities, maar gedeelde aandacht voor zonde, bekering en de kracht van Christus’ bloed.

Ten tweede benadrukt hij dat geloof zich niet laat reduceren tot een puur rationeel systeem. Verstand en onderzoek zijn waardevol, maar zij mogen het mysterie van God niet in een sluitende formule veranderen. Omdat mensen en God diepgaand mysterieus zijn — zoals Paulus al stelde dat wij slechts ten dele kennen — brengt dat beperking in begrip met zich mee en dwingt het tot nederigheid. De diversiteit onder christenen ziet de auteur niet als gebrek maar als onthulling van Gods veelzijdige genade: verschillende perspectieven dragen samen bij aan de volheid van het geloof. Vanuit die optiek hebben gelovigen elkaar nodig om de breedte en diepte van het christelijk geloof te leren zien, terwijl er toch een fundamentele eenheid blijft in geloof, Geest, doop, lichaam en Zaligmaker (Efeze 4).

Kortom: verschillen binnen het christendom zijn onvermijdelijk en vruchtbaar wanneer ze voortkomen uit loyale Bijbelbetrachting en nederige erkenning van eigen beperkingen. Variatie is geen bewijs van chaos, maar van een veelkleurige genade die de kerk helpt de volheid van het evangelie te ontdekken.