Waarom we autoritaire macht te vaak verwarren met orde en daadkracht

zaterdag, 17 januari 2026 (12:08) - Joop

In dit artikel:

Autoritarisme groeit langzaam en systematisch, niet als losse uitbarsting van één charismatische leider. Wat zich voltrekt — nationaal en internationaal — is geen persoonlijke grilligheid maar een stapsgewijze normalisering van machtsuitoefening. Het begint met woorden: mensen worden ontmenselijkt en hernoemd tot “illegaal”, “onruststoker” of een “probleem”, waardoor ze minder aanspraak maken op bescherming.

Voorbeelden uit de VS (ICE) illustreren hoe handhaving verandert in afschrikking; wat ooit moreel en democratisch gecontroleerd werd, raakt los van die toetsing. Ook in Nederland duiken echo’s op: demonstranten en activisten worden beschimpt en strafrechtelijk benaderd, en in Engeland zijn vergelijkbare maatregelen al zichtbaar. Macht vervormt instituties eerder dan ze volledig afschaft: procedures en technische uitvoering nemen de plek in van gewetensvolle beslissingen, en “beleid uitvoeren” wordt een ethisch excuus.

Op internationaal niveau overheerst vaak retorische steun zonder concrete bescherming — in Iran, in de gebrekkige benadering van Gaza, en in gesprekken over gebieden als Groenland waar zelfbeschikking op de achtergrond raakt. Autoritaire meerderheden werken via testen: wetten, beleid en publieke reacties worden langzaam opgerekt om te peilen hoeveel verdere inperking mogelijk is. De cruciale factor is niet chaos maar herhaalbaarheid: het is juridisch inschuifbaar, beeldend in de media en politiek effectief totdat de norm verschuift.

De gedragslijn is voorspelbaar: eerst stigma, dan ontmenselijking, institutionalisering, normalisering, test en herhaling. De kernvraag is niet wat de machthebber nog zal doen, maar wanneer de samenleving ophoudt met wennen. Bescherming van rechtsstaat, onafhankelijke instituties, vrije pers en publieke waakzaamheid zijn de tegenwichtige instrumenten die dat normaal worden tegengaan.