Waarom Vincent van Gogh zijn schilderijen bijna altijd met zijn voornaam signeerde - en opvallend vaak in het rood

dinsdag, 18 augustus 2026 (14:02) - Het Parool

In dit artikel:

Vincent van Gogh signeerde slechts een beperkt deel van zijn schilderijen. Van de ongeveer 840 werken die nu aan hem worden toegeschreven, zijn er 133 voorzien van een handtekening, inscriptie of titel. In de meeste gevallen gebruikte hij alleen zijn voornaam, doorgaans onderaan het doek.

Dat blijkt uit onderzoek van Julia Engelmayer voor het Van Gogh Museum, waarbij de authentieke signaturen zijn onderzocht op onder meer kleur, vorm, plaats en zichtbaarheid. De keuze om een werk te signeren lijkt niet willekeurig te zijn geweest. Een naam kon wijzen op trots, de verkoop of tentoonstelling ondersteunen, of een onderdeel van de compositie vormen.

Van Gogh week daarmee af van de gangbare praktijk in de late negentiende eeuw, toen kunstenaars hun voltooide werken vaak signeerden om het auteurschap vast te leggen en de marktwaarde te vergroten. Op 105 schilderijen staat uitsluitend ‘Vincent’. Het weglaten van zijn achternaam kan verband houden met zijn moeilijke verhouding tot zijn familie en zijn beperkte identificatie met die naam. Ook was ‘Van Gogh’ voor anderstaligen lastig uit te spreken. Vanuit Arles vroeg hij zijn broer Theo daarom om zijn naam in catalogi weer te geven zoals op zijn schilderijen: als Vincent.

De kleur van de signatuur was eveneens betekenisvol. Van Gogh koos vaak rood; op ten minste 75 doeken komt een rode handtekening voor. Die kleur kan zijn beïnvloed door Gustave Courbet, maar maakte de naam ook opvallender. Soms werkte de signatuur als een bewust kleuraccent. Op Zeegezicht bij Les Saintes-Maries-de-la-Mer plaatste Van Gogh een rode naam tegenover de groene en blauwe tonen van het water en de lucht.

Meestal stond de handtekening linksonder of rechtsonder. In veertien werken werd zij in het beeld opgenomen. Zo staat ‘Vincent’ op De stoel van Vincent op een kistje en bij sommige zonnebloemschilderijen op de vaas. Daarmee benadrukte Van Gogh zijn verbondenheid met het motief. Ook De aardappeleters uit 1885 kreeg een opvallende plaats in de voorstelling: de naam staat op de rugzijde van een stoel en is door verkleuring nu moeilijk te zien.

In Parijs en aan het begin van zijn verblijf in Arles signeerde Van Gogh relatief vaak, vooral bloemstillevens. Die waren geschikt voor verkoop, tentoonstellingen en geschenken. Ook werken die hij naar kunstenaars als Paul Gauguin en Émile Bernard stuurde, droegen geregeld zijn naam.

In Saint-Rémy nam het signeren sterk af. Dat kan samenhangen met zijn verminderde zelfvertrouwen en ontevredenheid over zijn werk, al liet Van Gogh ook schilderijen waarover hij tevreden was soms zonder handtekening.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen werd pisnijdig op zijn dochter: 'Ik hoorde haar dat zeggen'