Waarom Trumps nieuwe Vredesraad zoveel woede oproept: 'Dit is een grap'
In dit artikel:
Donderdag komt de door voormalig president Trump opgezette Board of Peace voor het eerst bij elkaar in Washington, in het hernoemde Donald J. Trump Institute of Peace. Officieel moet het orgaan toezicht houden op de wederopbouw in Gaza en zo bijdragen aan wereldvrede, maar de samenstelling en bevoegdheden roepen felle twijfel op over de werkelijke bedoeling: Trump zit zelf aan het roer en presenteert de raad als een invloedrijk alternatief voor bestaande internationale instellingen.
Trump zegt dat de raad al 5 miljard dollar heeft ingehaald en dat er troepen zijn toegezegd om veiligheid in Gaza te handhaven. Een kleine twintig landen hebben zich aangesloten, waaronder Israël, Saoedi-Arabië en Qatar, maar opvallend is het ontbreken van vertegenwoordigers uit Gaza zelf. Naast gevestigde regionale spelers zijn ook ideologisch verwante regeringen aanwezig, zoals die van Javier Milei in Argentinië en Viktor Orbán in Hongarije.
Belangrijke trans-Atlantische bondgenoten ontbreken: geen grote EU-landen, geen Verenigd Koninkrijk en geen Canada als volwaardig lid. De EU stuurt wel een vertegenwoordiger (Dubravka Šuica) en Italië een waarnemer. Critici — onder wie EU-buitenlandchef Kaja Kallas en Amerikaanse Democraten — waarschuwen dat Trump de raad veel verder trekt dan het oorspronkelijke VN-mandaat en dat zijn positie te veel macht concentreert: hij heeft het enige vetorecht, bepaalt wie wordt uitgenodigd en kan onbeperkt voorzitter blijven, ook als hij geen president meer is. Zijn eenzijdige terugtrekking van de Canadese uitnodiging na kritiek illustreert dat.
Er is ook onduidelijkheid en bezorgdheid over transparantie, bijvoorbeeld over de eis dat leden 1 miljard dollar betalen voor permanent lidmaatschap. Democratische senator Chris Murphy noemde het initiatief een ‘grap’ en waarschuwde dat concessies en wederopbouwcontracten mogelijk naar Trump-bondgenoten kunnen vloeien. Kort gezegd: het project wekt zowel praktische vragen over legitimiteit en inclusie als geopolitieke weerstand op.