Waarom stapt de BBB over van de machtigste fractie naar de oppositie?
In dit artikel:
Twee Nederlandse BBB-Europarlementariërs, Sander Smit en Jessika van Leeuwen, hebben vorige week de christendemocratische fractie EVP verlaten en zich aangesloten bij de conservatievere ECR-fractie. De stap, die in Straatsburg als een grote verrassing werd gezien, vloeit voort uit langdurige onvrede over beperkte invloed binnen de EVP en botst met de verwachting dat aansluiting bij de grootste fractie in Brussel automatische toegang tot macht en resultaten oplevert.
Het breekpunt lag volgens delegatieleider Smit deels in strakkere fractiediscipline: in januari kregen de twee een spreekverbod van zes maanden nadat Van Leeuwen een motie van wantrouwen tegen Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen had gesteund en Smit zich had onthouden. Daardoor mochten ze tot het zomerreces geen zaken meer inbrengen. Smit zegt dat dat het gevoel versterkte dat ze “tweede viool” speelden. Belangrijker nog was de teleurstelling over concrete resultaten voor de Nederlandse agrarische belangen: volgens Smit leverde de EVP onvoldoende steun om bijvoorbeeld de Nederlandse derogatie voor mestregels en andere voor boeren cruciale aanpassingen in natuur- en stikstofbeleid te bereiken.
De overstap was niet louter hun individuele besluit, benadrukt Smit: het gebeurde op aanwijzing van het partijbestuur na een ledenraadpleging. BBB trad eind 2023 toe tot de EVP met het idee dat aansluiting bij de machtige christendemocraten Brussel-invloed en toegang tot bestuurlijke netwerken zou opleveren. Nu die politieke voordelen wegvielen — onder meer omdat BBB geen bewindspersonen levert — bleek de ideologische overeenstemming met de ECR groter. Die fractie huisvest onder meer de SGP en partijen van de Italiaanse premier Meloni en de Belgische premier De Wever.
Voor Smit persoonlijk is het een terugkeer naar een politiek profiel van boerenbelangenbehartiger. Ooit CDA-gemeenteraadslid en hulp van een CDA-Europarlementariër, stapte hij in 2022 uit het CDA uit onvrede over nationaal stikstof- en onteigeningsbeleid en sloot zich later aan bij BBB. Als plattelandsjongen en beleidsmaker in Brussel voelde hij volgens eigen zeggen hoe het familiebedrijf in de landbouw onder druk kwam te staan, en dat motiveerde zijn terugkeer naar politieke actie.
De consequenties van de overstap zijn concreet: Smit en Van Leeuwen verliezen posities en erefuncties die zij als EVP-leden bekleedden — Smit was bijvoorbeeld vicevoorzitter van de Visserijcommissie en raakt in die rol teruggezet tot gewoon commissielid — en er is een verschuiving in taakverdelingen en benoemingen binnen het Europees Parlement. Voor de EVP betekent het vertrek een kleine maar symbolisch pijnlijke uittocht: een Nederlandse partij die oorspronkelijk met veel aplomb werd verwelkomd, keert zich nu af van de grootste fractie.
ECR zelf is niet onbeduidend: die fractie werkt regelmatig samen met uiterst-rechtse partijen om meerderheden te vormen, bijvoorbeeld bij plannen over uitzetting van migranten zonder verblijfsrecht of bij versoepelingen van duurzaamheidsregels voor bedrijven. Smit ziet die samenwerking niet als bezwaar en constateert dat het cordon sanitaire rond samenwerking met extreemrechts feitelijk aan het vervagen is. Tegelijk ervaart hij de overstap als “thuiskomen” — een gevoel van ideologische aansluiting na jaren van frustratie binnen de EVP.
Smit ontkent dat de overstap verband houdt met interne machtswisselingen binnen BBB, zoals het vertrek van Mona Keijzer of de rol van Caroline van der Plas; hij stelt zich als loyaal aan de partij als geheel op. Politiek gezien illustreert de episode de spanning voor nieuwere of kleinere partijen: kiezen voor invloed binnen een grote machtscoalitie of onafhankelijkheid en ideologische consistentie in een kleinere fractie — met alle praktische prijskaartjes van dien.