Waarom overheden overal ter wereld bedrijven proberen te nationaliseren
In dit artikel:
Van België en Frankrijk tot de Verenigde Staten en Indonesië grijpen overheden steeds nadrukkelijker in bij strategische bedrijven en grondstoffen. Volgens het artikel vormt dit geen reeks losse maatregelen, maar een nieuwe wereldwijde golf van nationalisaties en onteigeningen. Die ontwikkeling weerspiegelt de verzwakking van de neoliberale economische orde, waarin vrijhandel, internationale kapitaalstromen en een terughoudende overheid centraal stonden.
België kondigde in april aan met Engie te willen onderhandelen over de overname van de zeven kernreactoren in Doel en Tihange. Die centrales waren het afgelopen decennium goed voor 45 procent van de Belgische elektriciteitsproductie en leverden Engie jaarlijks naar schatting 1,5 tot 2 miljard euro winst op. Staatseigendom kan volgens de regering energievoorziening en prijzen beter beheersbaar maken en tegelijk toekomstige winsten voor de overheid veiligstellen. Dat zelfs een rechtse, marktgerichte regering deze optie onderzoekt, onderstreept hoe breed het draagvlak voor staatsingrijpen is geworden.
Ook andere Europese landen kiezen voor meer publieke controle. Groot-Brittannië renationaliseert sinds 2024 de spoorwegen en neemt mogelijk de noodlijdende waterleverancier Thames Water over. De overheid probeert daarnaast een staalfabriek in Scunthorpe onder dwang over te nemen van de Chinese eigenaar Jingye. Frankrijk stemde voor de nationalisatie van de Franse activiteiten van ArcelorMittal en heeft eerder al belangen in onder meer EDF en Chantiers de l’Atlantique uitgebreid. In Nederland wordt een staatsbelang in scheepsbouwer Damen onderzocht; daarnaast koopt de overheid veehouderijen uit om stikstofuitstoot terug te dringen.
In de Verenigde Staten wordt de staatsmacht onder de tweede regering-Trump ingezet in sectoren als zeldzame aardmetalen, staal, halfgeleiders, sociale media en kunstmatige intelligentie. Washington nam een meerderheidsbelang in mijnbouwbedrijf MP Materials, dwong de verkoop van TikToks Amerikaanse activiteiten af, behield een gouden aandeel in US Steel en verwierf tien procent van Intel. Ook wordt gesproken over verdere staatsdeelnemingen in AI-bedrijven. OpenAI heeft het Witte Huis al een belang van vijf procent aangeboden. Een voorstel van juristen Jeremy Bearer-Friend en Sarah Polcz om systeemrelevante AI-bedrijven eenmalig voor vijftig procent met aandelen te belasten, kreeg steun van Bernie Sanders en andere progressieve Democraten.
De trend beperkt zich niet tot het Westen. Mexico en Chili brengen delen van de lithiumketen onder staatscontrole. Militaire regimes in Mali, Burkina Faso en Niger nationaliseerden goudmijnen en uraniumproductie. Indonesië neemt bezittingen van buitenlandse ondernemingen in de palmolie- en nikkelsector over en gebruikt de opbrengsten om de staatssector en het investeringsfonds Danantara uit te bouwen. In Berlijn stemden inwoners in 2021 voor onteigening van de grote particuliere verhuurder Deutsche Wohnen & Co., met betaalbare huisvesting als argument.
De oorzaken zijn volgens de auteur uiteenlopend, maar versterken elkaar. Sterk gestegen woon- en energiekosten, groeiende ongelijkheid en maatschappelijke onvrede vergroten de vraag naar publieke zeggenschap. Tegelijkertijd willen regeringen vitale infrastructuur beschermen, productie in eigen land houden, toeleveringsketens veiligstellen en rivaliserende staten economisch onder druk zetten. Sinds 2021-2022 zijn industriebeleid, sancties en invoerheffingen sterk toegenomen; oorlogen in Oost-Europa en het Midden-Oosten hebben die ontwikkeling versneld. De dreiging van nationalisatie kan bovendien particuliere eigenaren ertoe bewegen zelf meer te investeren.
Historisch gezien ontstaan nationalisaties vaak in geconcentreerde golven, als reactie op oorlog, economische crises, ideologische verschuivingen of grote prijsstijgingen. De auteur vergelijkt de huidige situatie vooral met de jaren dertig, toen de goudstandaard en de liberale wereldeconomie uiteenvielen. Net als toen wordt nationalisatie nu toegepast door zowel machtige als armere landen en door politici uit tegengestelde ideologische kampen. Trump ziet staatsbezit vooral als instrument voor nationale macht en economisch voordeel, terwijl Sanders het bij AI koppelt aan rechtvaardigheid: technologiebedrijven bouwen hun modellen met enorme hoeveelheden andermans teksten en gegevens, zonder makers en rechthebbenden volledig te vergoeden.
De huidige periode verschilt echter van eerdere nationalisatiegolven doordat staten hun greep op bedrijven vergroten terwijl kapitaal internationaal zeer mobiel blijft. Er is geen mondiale depressie die de globalisering volledig stillegt. Nationalisatie kan daarom helpen om energie, grondstoffen en infrastructuur beter te sturen, maar biedt geen onbeperkte oplossing. De combinatie van geopolitieke rivaliteit, economische onzekerheid, klimaat- en energieproblemen en aanhoudende mondialisering maakt de huidige golf volgens het artikel historisch bijzonder.
Vandaag Inside: Dave Maasland zucht na opmerking Jesse Klaver: ‘Dit is echt een hele slechte vergelijking!’