Waarom nieuwe medicijnen in Nederland vaak later beschikbaar zijn dan in andere Europese landen - zelfs als ze hier (deels) zijn ontwikkeld

woensdag, 10 juni 2026 (14:02) - Het Parool

In dit artikel:

Nederland heeft nog altijd sterke medische kennis en investeert jaarlijks honderden miljoenen in onderzoek, maar steeds minder van die kennis vertaalt zich naar nieuwe medicijnen die in het Nederlandse basispakket terechtkomen. Sommige geneesmiddelen die in samenwerking met Nederlandse ziekenhuizen zijn ontwikkeld, zijn al in Duitsland beschikbaar maar hier niet vergoed of toegelaten.

De belangrijkste aanleiding ligt in het beleid van de overheid sinds 2015: uit vrees voor onhoudbare zorguitgaven werd een ‘sluis’ ingevoerd. Nieuwe, dure middelen mogen pas het pakket in nadat het ministerie van Volksgezondheid heeft beoordeeld of ze echt meerwaarde bieden ten opzichte van bestaande behandelingen en of de gezondheidswinst de prijs rechtvaardigt. Daarna volgen strikte prijsonderhandelingen — in 2022 deden zo’n tien ambtenaren deze onderhandelingen exclusief. Dit voorkomt hoge uitgaven, maar vertraagt en beperkt de toegang tot innovaties.

Financiële context: de totale zorgkosten stegen recent naar 113,5 miljard euro; daarvan gaat circa 6 miljard naar reguliere medicijnen en 2,5 miljard naar innovatieve geneesmiddelen. Patiëntenorganisaties waarderen de zorgvuldigheid om valse hoop te voorkomen, zoals de Parkinsonvereniging recent benadrukte. De farmaceutische industrie wijst er echter op dat een te enge focus op kosten baten mist dat sommige nieuwe behandelingen — bijvoorbeeld éénmalige celtherapieën tegen leukemie — aanzienlijke maatschappelijke en ziekenhuisbesparingen kunnen opleveren door herstel en vermindering van zorginzet.

De industrie benadrukt ook het enorme risico en de kosten van medicijnontwikkeling: negen projecten falen voor één succes, en dat succesvolle middel kost naar schatting tussen de 1 en 3 miljard euro. Zonder redelijk rendement trekken investeerders zich terug. Volgens Mark Kramer (Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen) is meer vertrouwen tussen overheid en bedrijven nodig; een mogelijke route is voorwaardelijke toelating zoals in Duitsland, waarbij middelen tijdelijk op de markt komen en verder onderzoek in de praktijk plaatsvindt — bij tegenvallende resultaten verdwijnen ze weer, bij succes verdient de ontwikkelaar sneller zijn investering terug.

Kort gezegd: Nederland excelleert nog in onderzoek, maar het samenspel van kostenbeheersing, strikte toelatingsprocedures en de hoge ontwikkelkosten zorgt ervoor dat patiënten soms later of geen toegang krijgen tot innovatieve medicijnen.