Waarom Nederlanders massaal de hand op de knip houden: inflatie en wantrouwen in de politiek breken het land op
In dit artikel:
Het consumentenvertrouwen in Nederland staat al bijna zes jaar onafgebroken negatief, een periode van aanhoudend pessimisme die volgens het artikel sinds de jaren zeventig en tachtig niet meer is voorgekomen. Hoewel het CPB en het kabinet op papier met 'redelijke economische cijfers' zouden kunnen komen, voelen veel Nederlanders daar weinig van terug in hun portemonnee.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau signaleert een vertrouwenscrisis in instituties en politiek; senioronderzoeker Josje den Ridder stelt dat "er sprake is van een betrouwbaarheidscrisis" omdat de politiek er volgens haar niet in slaagt grote problemen op te lossen. Als voorbeeld worden de asiel- en migratieproblematiek, het stikstofdossier en de krappe woningmarkt genoemd — dossiers waarin burgers weinig resultaat en weinig invloed ervaren.
De belangrijkste drijver van het langdurige sombere sentiment is volgens het artikel inflatie. Prijzen liggen in Nederland gemiddeld circa 16,5% hoger dan vóór de inflatieschokken, en consumenten vergelijken niet alleen met vorig jaar maar met vijf jaar terug. Rabo-econoom Frank van Es wijst erop dat veel aankopen en uitgaven sindsdien veel duurder aanvoelen. Als gevolg daarvan verschuiven mensen naar goedkopere winkels, schrappen ze dure reizen en hamsteren ze geld: spaarsaldi in Nederland bedragen inmiddels ongeveer 537 miljard euro, een bewijs dat mensen de consumptie bewust drukken (CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen).
Het artikel koppelt deze economische frustratie aan politiek wantrouwen en beschouwt inflatie als een soort 'verborgen belasting' die het draagvlak voor het huidige bestuur uitholt. Daarnaast bevat het een duidelijk activistische ondertoon met oproepen om zich te abonneren op kritische berichtgeving. Belangrijke consequenties die niet expliciet uitgebreid worden besproken: langdurig laag consumentenvertrouwen kan consumptie en economische groei blijven remmen en zet druk op beleidsmakers om resultaatgerichte maatregelen te leveren.