Waarom moet alles toch altijd naar dennen of lavendel ruiken?
In dit artikel:
Een cultuurverslaggever van de Volkskrant signaleert dat de geur van woningen de afgelopen decennia is veranderd: waar huizen vroeger naar viezigheid konden ruiken, worden ze nu gevuld met zorgvuldig gekozen aroma’s uit geurstekkers, kaarsen en stokjes. Die ontwikkeling is geen toevalligheid maar commercieel aangedreven—geur is een markt geworden en het aanbod groeit gestaag.
Dat leidt volgens de schrijver tot een normalisering van het maskeren van onaangename geuren in plaats van het aanpakken ervan, en zet sociale verwachtingen over netheid en atmosfeer onder druk. Tegelijk roept de verspreiding van synthetische geuren vragen op over binnenluchtkwaliteit, allergieën en milieu-impact. De observatie plaatst geurconsumptie als onderdeel van hedendaagse consumentencultuur: keuzes over hoe een huis ruikt zijn niet louter persoonlijk, maar ook economisch en cultureel bepaald.