Waarom Maarten, Jan-Pieter en Frans na hun dertigste theologie gaan studeren: „Ik ervoer dat ik mijn leven een nieuwe richting moest geven"
In dit artikel:
Drie mannen met uiteenlopende loopbanen besloten op volwassen leeftijd theologie te gaan studeren, gedreven door een gevoel van roeping en praktische overwegingen rond werk, gezin en kerkelijke nood.
Maarten Molenaar (47) werkte bijna fulltime als levensmiddelentechnoloog en was actief als ouderling en synodeafgevaardigde binnen de hervormde gemeente van Veenendaal, verbonden aan de Gereformeerde Bond in de PKN. Tijdens Pinksteren 2024 ervoer hij een plotselinge, persoonlijke aanspreking tijdens een preek die hem ertoe bracht zijn leven anders in te richten. Na gesprekken met predikanten en familie begon hij in september 2024 deeltijds aan een premaster theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en verlaagde hij zijn werkuren van 40 naar 36 per week. In de zomer van 2025 legde hij zijn ambt als ouderling neer omdat de combinatie met studie en baan niet langer houdbaar was. Zijn studie focust in de beginfase op Hebreeuws, Grieks en exegese; hij beseft dat er nog jaren studie volgen voordat hij mogelijk tot het ambt van predikant kan worden toegelaten, maar hoopt daarin op Gods tijd te mogen dienen.
Jan-Pieter van Rossum (40) groeide op in een reformatorisch gezin in Werkendam en bouwde een carrière op in agrarisch loonwerk en later als ondernemer met een grondwerkbedrijf. Al langere tijd speelden vragen over roeping, maar pas toen hij in 2021 ’s avonds aan een hbo-theologieopleiding begon, ontstond het verlangen naar het predikantschap concreet. In 2024 slaagde hij voor de toelatingsexamens van de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) en startte daar in september 2024 de voltijdopleiding met enkele vrijstellingen vanwege zijn hbo-achtergrond. Van Rossum kon zijn bedrijf loslaten toen medewerkers andere wegen insloegen; hij verhuurt zichzelf nu twee dagen per week aan een ander bedrijf. Getrouwd en vader van zeven kinderen, zegt hij dat de combinatie van gezin, werk en studie zwaar maar beheersbaar is: jaren als ondernemer leerden hem schakelen tussen taken en ritmes. Lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en zelf ouderling, ervaart hij een groeiend verlangen om de geleerde theologie straks pastorale en predikende vorm te geven, ondanks onzekerheid over de toekomst van zijn kerkverband.
Frans de Koeijer (34) heeft een andere route: zoon van een hervormde predikant, met achtergrond in sociaal‑pedagogiek en bedrijfskunde, werkte hij eerst in de psychiatrie en later als manager marketing & communicatie op het Hoornbeeck College. Acht jaar lang studeerde hij deeltijds theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, aanvankelijk ‘hobbymatig’. Een stage in de hervormde gemeente Hardinxveld-Giessendam versterkte zijn verlangen naar pastoraat. In 2025 startte hij fulltime aan de predikantsmaster aan de PThU en zegde hij zijn managementfunctie op; nu doet hij veertien uur per week pastoraal werk in de hervormde gemeente Bodegraven‑Nieuwerbrug. De studie verdiept zijn waardering voor vakken als symboliek en de belijdenisgeschriften, en hij hoopt in prediking en pastoraat te dienen. De roepingszondag ziet hij als een moment dat mensen wijst op mogelijke inzet in Gods Koninkrijk.
Gezamenlijke thema’s: een persoonlijke ervaring of geleidelijke groei van roepingsgevoel, praktische aanpassingen in werk en huishouden om studie mogelijk te maken, en het leren van grondtalen en theologische vakken als voorbereiding op pastorale taken. De verhalen tonen hoe verschillende kerkelijke achtergronden en levensfasen leiden tot vergelijkbare keuzes: investeren in langdurige theologische opleiding ondanks gezins- en financiële consequenties, met het oog op toekomstige bediening in gemeenten waar predikantschap dringend nodig is.