Waarom libellen verdwijnen uit Nederlandse vennen: zuurstofgebrek als stille boosdoener

woensdag, 11 februari 2026 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

Sinds ongeveer 2010 is een reeks kenmerkende libellensoorten in Nederlandse vennen sterk afgenomen. Onderzoekers, in opdracht van OBN Natuurkennis en met medewerking van onder meer Stichting Bargerveen, Radboud Universiteit, De Vlinderstichting en meerdere ecologische bureaus, onderzochten tientallen vennen in Nederland (veldonderzoek én laboratoriumexperimenten) om de oorzaken te achterhalen. Het artikel van 11 februari 2026 rapporteert dat een combinatie van warmer water en minder zure omstandigheden leidt tot zuurstoftekorten in deze kleine wateren — vooral schadelijk voor libellenlarven.

Belangrijkste bevindingen
- Zuurstoftekort is de cruciale factor. Vennen zijn minder zuur geworden (onder andere door afgenomen zure depositie) en het water is gemiddeld circa 2 °C opgewarmd. Hogere pH en hogere temperatuur verhogen het zuurstofverbruik in sliblagen, terwijl warm water zelf minder opgeloste zuurstof bevat.
- Laboratoriumtests toonden aan dat bij hogere temperatuur en pH het zuurstofgebruik in venbodems sterk stijgt. Metingen aan larven lieten zien dat vooral de maanwaterjuffer (een soort die sinds 2010 sterk achteruitgaat) gevoeliger is voor lage zuurstofconcentraties dan sommige verwante soorten. Noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel blijken ook afhankelijk van zuurstofrijke plekken, maar vertonen minder duidelijke verschillen in gevoeligheid.
- In vennen waar libellen verdwenen zijn, werden vaker verhoogde waarden van fosfor, ammonium en organische koolstof gevonden, wat wijst op verhoogde biologische activiteit en dus extra zuurstofverbruik. Voor de maanwaterjuffer speelt bovendien droogval een belangrijke rol: deze soort verdwijnt vooral uit vennen die regelmatig droogvallen.

Gedrag en refugia
Libellenlarven vermijden zuurstofarme omstandigheden door zich hoog in de waterkolom op te houden en gebruik te maken van oevervegetatie, steile oevers en plekken met dunne sliblagen. Locaties met grondwateraanvoer en meer wind zorgen voor betere zuurstoftoevoer en bleken belangrijk voor het voortbestaan van vooral de maanwaterjuffer.

Aanbevelingen voor beheer
De onderzoekers adviseren gericht beheer: verwijderen van slib, vergroten van windwerking (bijv. door bomen op zudooevers te kappen) en herstellen van lokale hydrologie en grondwateraanvoer om vennen koeler te houden en droogval te beperken. Er komen pilots om uit te testen of deze maatregelen werken. Snel handelen in gebieden waar de soorten nog voorkomen is volgens de onderzoekers essentieel om verdere lokale uitval te voorkomen.