Waarom kritiek van Jesse Klaver wel zuur wordt genoemd, maar hetzelfde gedrag van rechts nooit

donderdag, 11 december 2025 (15:54) - Joop

In dit artikel:

Tijdens de kabinetsformatie legt Jesse Klaver een machtsspel bloot: GroenLinks-PvdA is strategisch naar de zijlijn gewerkt terwijl VVD, ondanks verlies, bepaalt wie aan de formatietafel mag aanschuiven en D66 die uitsluiting klakkeloos accepteert. Een minderheidskabinet dat structureel afhankelijk is van progressieve steun sluit tegelijkertijd de belangrijkste progressieve partij buiten regeringsinvloed — een politieke constellatie die democratisch relevant is.

De reactie in grote delen van het publieke debat concentreert zich echter niet op die inhoudelijke klacht, maar op de persoonskant van Klaver. NRC-columniste Aylin Bilic labelde zijn kritiek als politiek buitenmandaat en richtte zich meteen op toon en legitimiteit in plaats van op het door Klaver gesignaleerde machtsmechanisme. Dat voorbeeld past in een herkenbaar patroon: linkse kritiek wordt routinematig bestempeld als zuur, gefrustreerd of emotioneel, terwijl vergelijkbare uitspraken van rechts als nuchter of legitiem worden gezien — dubbel standaarden die volgens de auteur structureel zijn.

Die framing heeft concrete effecten: het ontmoedigt progressieve politici om helder en scherp te spreken, het depolitiseert bezwaren tegen formatieprocessen en zet journalistieke aandacht op de boodschapper in plaats van op de machtsverhoudingen zelf. Volgens de schrijver is dit schadelijk voor de democratie, omdat een gezonde oppositie en doorwrochte kritiek juist stabiliteit en verantwoording versterken.

De kernvraag wordt daardoor verlegd: het gaat niet om Klavers persoonlijk getoon; het gaat erom waarom zoveel actoren er belang bij lijken te hebben zijn analyse te bagatelliseren in plaats van serieus te bespreken. Journalisten zouden het mechanisme moeten ontleden, niet de criticus psychologiseren.