Waarom juist de Duitse autobouwers het momenteel zwaar hebben (en dat deels hun eigen schuld is)
In dit artikel:
De grootste Duitse autofabrikanten verkeren in zwaar weer. Volkswagen Group, met merken als Audi, Seat, Skoda en Porsche, ziet de vraag teruglopen en houdt rekening met het verdwijnen van maximaal 100.000 van de 650.000 banen. Ook fabriekssluitingen, onder meer in Zwickau, lijken mogelijk. De groep heeft haar productiedoelstelling verlaagd van 12 naar 9 miljoen auto’s per jaar.
Porsche, jarenlang een belangrijke winstbron, schrapt naast 3.900 al aangekondigde banen nog eens 5.000 functies. Het merk wordt geraakt door Amerikaanse importheffingen, hoge kosten voor de overgang naar elektrische auto’s en sterk afgenomen verkopen in China. BMW zag de kwartaalwinst met 35 procent dalen tot 1,2 miljard euro en wil 8.000 managementfuncties laten vervallen. Mercedes-Benz rapporteerde een omzetdaling van 3 procent tot 32 miljard euro en verkocht in China 30 procent minder auto’s.
Volgens Arjen de Jong, voormalig topman van BMW Nederland en oud-voorzitter van de RAI-autosectie, hebben Duitse fabrikanten China mede groot gemaakt door er vanaf de jaren tachtig kennis en investeringen naartoe te brengen. Chinese merken zijn inmiddels wereldwijd sterke concurrenten. De Duitse concerns hadden hun eerdere winsten volgens hem meer in innovatie moeten steken; bovendien profiteren Chinese producenten volgens De Jong van staatssteun.
Renault en Stellantis presteren voorlopig beter. Renault boekte sterke halfjaarcijfers en werkt aan minstens dertig nieuwe elektrische modellen, terwijl Stellantis na een eerdere reorganisatie weer omzet- en winstgroei meldt. De Jong wijst erop dat beide concerns nauwelijks in China actief zijn en daardoor minder hard worden geraakt. Stellantis heeft bovendien een betere relatie met de Amerikaanse president Donald Trump, wat de Duitse merken extra kwetsbaar maakt voor Amerikaanse handelsmaatregelen.
De Oranjezomer: Johnny de Mol haakt met zelfspot in op komst Ingrid Coenradie: ‘Gebeurt me geen tweede keer!’