Waarom Jan (73) uit Antwerpen van de winter houdt en kippenvel krijgt van de Elfstedentocht
In dit artikel:
Jan Hertoghs (73), Antwerpenaar, journalist en auteur, houdt onverzettelijk van kou, sneeuw en ijs. Op een milde januaridag in het Stadspark van Antwerpen — waar joggers in lichte shirts en blote vijvers het seizoen ontkennen — leidt zijn verzet tegen zachte winters tot een persoonlijke bundel: Kind zonder winter (Uitgeverij Tzara). Het boek is een lofzang op de strenge maanden, aangedikt met herinneringen, foto’s en krantenknipsels die decennialang zijn verzameld.
Hertoghs groeide op als een echte „winterkind”: als scholier hoopte hij van december tot de IJsheiligen op sneeuw die dagelijks de routine kon doorbreken. Die fascinatie werd uitgewerkt in talloze reportages (onder meer voor Humo), duizenden foto’s en anekdotes — van sneeuwballen die hij in Trois-Ponts inpakte en in zijn diepvriezer bewaarde tot avonturen in een Maine-blizzard en een sledetocht met husky’s in Finland. Ook de Elfstedentochten van 1985, 1986 en 1997 speelden een doorslaggevende rol in zijn beleving van het seizoen; de schaatsrituelen en de sfeer rond het ijs bezorgden hem „kippenvel”.
Toch is Kind zonder winter niet louter nostalgie. Hertoghs waarschuwt dat de winter in snel tempo verandert — en dat veel mensen dat amper opmerken. Hij stelt dat de laatste 25 Belgische winters er 19 zacht waren en dat KMI negen daarvan als „buitengewoon zacht” bestempelde. Die statistiek voedt zijn begrip van wat hij „winterverlies” noemt: het geleidelijk verdwijnen van sneeuw- en ijservaringen én het collectieve vergeetproces dat hij „winteramnesie” noemt. Als illustratie noemt hij een incident in het Antwerpse park waarbij kinderen van veilig ondiep ijs werden verjaagd, of zijn kleinzoon die sneeuw verwarde met strooizout.
Hertoghs bekritiseert de veranderde publieke houding: winter wordt vaker als last gezien, de media benadrukken snel de naderende lente, en het klagen over donkere dagen neemt toe. Hij bewaart een „zwartboek” van artikels en opmerkingen die winterliefhebbers marginaliseren. Tegelijk erkent hij de harde kanten van het seizoen — oorlogswinters, lawines en dagelijkse ontberingen — en wil hij geen romantiserend beeld schetsen. De winter kan ook levensbedreigend zijn, en dat dubbelzinnige karakter fascineert hem.
Als tegenreactie doet hij met het boek een literaire oproep: vorm een imaginair „Winterfront” van mensen die het hele winterpakket — kou, grijze dagen én pracht — willen verdedigen. Niet als daadwerkelijke organisatie, maar als moreel pleidooi om het seizoen zijn bestaansrecht te laten behouden. Zijn boodschap is concreet maar gevoelsmatig: accepteer alle facetten van de winter en zorg dat kinderen blijven leren wat sneeuw en ijs zijn.
Praktisch: Kind zonder winter verscheen bij Uitgeverij Tzara; prijs 22,99 euro. Het boek combineert persoonlijke herinneringen met maatschappelijke observaties en vormt tegelijk een pleidooi en een rouwklacht voor een seizoen dat Hertoghs vreest te zien verdwijnen.