Waarom hockeyer Koen Bijen symbool staat voor het huidige Oranje. 'Koentje blijft altijd gaan'
In dit artikel:
Koen Bijen groeide uit van afgewezen voetballer tot een vaste waarde in het Nederlandse hockeyteam en olympisch kampioen. De aanvaller uit Leiden speelde als dertienjarige bij de jeugd van profclub Excelsior, maar kreeg te horen dat hij te licht was voor het profvoetbal. Die afwijzing kwam hard aan. Via zijn moeder koos hij in 2011 voor hockey bij HDM, waar hij al snel de ambitie uitsprak om in het eerste team en het Nederlands elftal te spelen.
Ook binnen het hockey kreeg Bijen aanvankelijk te horen dat de top buiten bereik lag. Na promotie met HDM stapte hij over naar Klein Zwitserland, waarmee hij de hoofdklasse bereikte en zich handhaafde. Vervolgens haalde Den Bosch hem binnen. Daar ontwikkelde hij zich verder, debuteerde hij in Oranje en groeide hij uit tot een belangrijke international. Zijn loopbaan wordt sterk gedreven door bewijsdrang: onderschatting en eerdere afwijzingen hebben hem volgens eigen zeggen gemotiveerd om de top te halen.
Zijn ontwikkeling kreeg een extra impuls toen Jeroen Delmee eind 2021 bondscoach werd. Delmee wilde Oranje agressiever laten verdedigen door de bal zo snel mogelijk op de helft van de tegenstander terug te veroveren. Bijen past perfect in die aanpak. Hij is snel, blijft een wedstrijd lang druk zetten en combineert het onderscheppen van passes met het afmaken van aanvallen. Zelf omschrijft hij zijn belangrijkste kwaliteiten als loeren en intuïtie. Zijn ervaring met tennis, dat hij tot zijn twaalfde op hoog niveau speelde, helpt hem volgens hem bij het herkennen en benutten van kansen.
In zijn eerste jaren bij Oranje kreeg Bijen kritiek omdat hij geen echte afmaker zou zijn. Hij verbeterde zijn schottechniek echter aanzienlijk en bouwde een productief interlandrecord op. Bovendien onderscheidt hij zich als teamspeler. Zo koos hij tijdens een WK-wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland in een kansrijke positie voor een pass op Tjep Hoedemakers, die daardoor kon scoren. Delmee waardeert vooral dat Bijen onvermoeibaar blijft doorgaan en het teambelang vooropstelt.
Ondanks zijn grote aantal interlands bleef Bijen lang last houden van onzekerheid en selectiestress, die hij terugvoert op zijn eerdere afwijzingen. Pas na de Olympische Spelen van Parijs voelde hij zich daarvan bevrijd. In Parijs won Oranje de gouden medaille. Tijdens die Spelen fietste Bijen bovendien bijna dagelijks door de stad om olympische pins uit verschillende landen te verzamelen en te ruilen. Zelfs een Servische pin bemachtigde hij via tennisster Novak Djokovic. De hobby was volgens hem vooral ontspanning, al maakte de technische staf zich soms zorgen dat hij te weinig met hockey bezig was.
Bijen richt zich volledig op een lange sportcarrière. Hij traint extra op zijn hamstrings, omdat hij ondanks acht seizoenen in de hoofdklasse vrijwel nooit een wedstrijd heeft gemist. Zijn familie volgt hem intensief: zijn ouders wonen wedstrijden bij, zijn vader filmt zijn prestaties en thuis staat een grote prijzenkast. Die familiebetrokkenheid en de prestatiedruk die hij daarbij voelt, vormen een belangrijk onderdeel van het verhaal achter de onvermoeibare aanvaller.
De Oranjezomer: Catherine Keyl richt zich tot premier Rob Jetten: 'Ga gewoon je werk doen!'