Waarom het ruim 55 jaar duurde voordat Jan Albert Bakker (90) het hunebed in het Drouwenerveld los kon laten

maandag, 4 mei 2026 (16:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Jan Albert Bakker (90), emeritus-hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam en internationaal erkend hunebeddendeskundige, heeft na meer dan vijf decennia de resultaten van zijn opgraving van hunebed D26 in het Drouwenerveld openbaar gemaakt in een tweedelig boekwerk. De opgraving vond plaats in 1968 en 1970; Bakker was toen circa 32 jaar en had de dagelijkse leiding. Nu, op hoge leeftijd, zegt hij opgelucht: “Het is een pak van mijn hart dat het boek er eindelijk is.”

De publicatie, verschenen in de reeks Nederlandse Oudheden en gratis te downloaden via cultureelerfgoed.nl, bevat een gedetailleerde analyse van het grafmonument en een volledige inventaris van de vondsten. Tijdens het graafwerk werden onder andere aardewerkscherven (uiteindelijk zo’n 165 potten), vuurstenen pijlpunten, bijlen, houtskool en barnstenen kralen aangetroffen. Veel materiaal lag echter door eerdere verstoringen — door dieren en menselijke activiteiten — door elkaar, wat reconstructie en datering complex maakte. Bakker publiceerde in de tussenliggende jaren ongeveer 120 wetenschappelijke bijdragen over de opgraving, maar het samenstellen van het volledige standaardwerk bleek arbeids- en tijdsintensief; tussen 1990 en 2020 werkte hij eraan, waarna de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Evert van Ginkel inschakelde om de tekst toegankelijker te maken.

Een bijzondere vondst is een keienstraatje dat bij de bouw van het hunebed (ca. 3300 v.Chr.) naar de structuur leidde. Het pad liep omlaag naar het graf en naast het plaveisel kwamen potscherven tevoorschijn die mogelijk onderdeel waren van rituele handelingen. Over de precieze betekenis van het straatje of de beweegredenen van de hunebedbouwers blijft Bakker terughoudend: meer dan vijfduizend jaar scheidt ons van de makers, en wetenschap verandert continu — “Over 20 jaar zal de probleemstelling weer heel anders zijn”, merkt hij op.

Historisch gezien sluit D26 aan bij het onderzoek van eerdere generaties; Bakker werkte als jonge archeoloog in 1957 al mee aan opgravingen onder leiding van Albert Egges van Giffen en had nauwe samenwerking met Willem Glasbergen. Met de nieuwe publicatie zijn de gedetailleerde bevindingen van de laatste volledige binnenomkering van een Nederlands hunebed voor toekomstig onderzoek vastgelegd. Bakker zelf werkt intussen aan een ander project: een geschiedenis van Elten, een voormalige Duitse enclave die tussen 1949 en 1963 onderdeel van Nederland was.