Waarom het nu 'code oranje' is voor de economie en vooral lage inkomens dat gaan voelen

dinsdag, 24 maart 2026 (18:31) - Het Parool

In dit artikel:

DNB‑president Olaf Sleijpen waarschuwt dat de oorlog in het Midden‑Oosten onvermijdelijk schade toebrengt aan de Nederlandse economie en noemt de situatie “code oranje”. De Nederlandsche Bank heeft doorgerekend dat bij een langdurig conflict en aanhoudend hoge olie‑ en gasprijzen de inflatie tot eind 2027 boven de 5 procent kan uitkomen. Zo’n langdurig hoge inflatie zou groei wegvreten, koopkracht aantasten en door hogere loonopgaven de prijsdruk verder aanjagen — al wordt een herhaling van het extreem hoge inflatiejaar 2022 onwaarschijnlijk geacht, omdat huishoudens hun gedrag al hebben aangepast.

Het effect is ongelijk verdeeld: huishoudens met de laagste inkomens lopen het grootste risico. In een gunstiger scenario raakt Nederland slechts tijdelijk gehinderd, met een matige inflatiepiek en een korte groeivertraging in 2026. De onzekerheid blijft groot doordat energieprijzen sterk reageren op geopolitieke signalen en nieuwsberichten.

Sleijpen trekt uit de huidige crisis twee belangrijke lessen: Nederland en Europa moeten meer zelfredzaam worden, en de economie moet structureel beter presteren om het huidige welvaartsniveau te behouden. Nationaal betekent dat het wegnemen van hardnekkige knelpunten zoals het stikstofbeleid, een overbelast elektriciteitsnet, de krappe arbeidsmarkt en de vastgelopen woningmarkt. Oplossingen hiervoor zouden bedrijven meer ruimte geven en mensen de mogelijkheid bieden te verhuizen voor beter betaalde banen, wat de groei kan stimuleren.

Daarnaast pleit DNB voor Europese hervormingen. Volgens Sleijpen hinderen verschillende nationale regels de interne markt zo sterk dat ze neerkomen op effectieve handelstarieven van bijna 70 procent voor goederen en bijna 100 procent voor diensten — veel hoger dan de 15 procent die de VS als invoertarief tegenover de EU zou hanteren. Verder stelt hij dat vrijer personeelsverkeer in de EU, vergelijkbaar met de VS, de arbeidsproductiviteit fors kan verhogen: “De arbeidsproductiviteit kan 20 procent omhoog.”

Tot slot wijst Sleijpen op strategische kwetsbaarheden: Europa is op veel terreinen, zoals militaire capaciteiten en technologie, afhankelijk van anderen, en dat maakt het kwetsbaar als bondgenoten veranderen van koers. De oproep is duidelijk: zowel nationale maatregelen als EU‑brede beleidsveranderingen zijn nodig om economische veerkracht en strategische zelfstandigheid te versterken.