Waarom Gaza en Oekraïne het nieuws domineren en Soedan veel minder aandacht krijgt
In dit artikel:
‘We zouden het helemaal anders moeten doen, maar dat gebeurt niet,’ aldus psycholoog en communicatiewetenschapper Jaap van Ginneken, die met andere experts waarschuwt dat westerse media ongelijkmatig verslag doen van wereldwijde conflicten. Een onderzoek van de London School of Economics laat zien hoe scherp dat verschil is: in de maanden na het uitbreken van de oorlog in Gaza (oktober 2023) verschenen ongeveer 32.000 internationale artikelen over Gaza tegenover circa 3.400 over het geweld in Soedan. Andere crises, zoals in Balochistan, DR Congo of Nigeria, raakten grotendeels ondergesneeuwd.
De verklaringen lopen uiteen. Van Ginneken wijst op diepgewortelde journalistieke routines en onbewuste selectiemechanismen: verhalen die dichtbij voelen of passen bij bestaande nieuwswaarden (emotie, herkenbaarheid, ‘deskundigheid’ volgens westerse maatstaven) krijgen sneller koppositie. Westers deskundigheidsbegrip sluit lokale stemmen vaak buiten, waardoor bijvoorbeeld Congolese experts zelden aan het woord komen in Nederlandse media.
Journalist Abdou Bouzerda benadrukt echter dat redacties soms welbewust kiezen voor meer aandacht voor Gaza: het Westen heeft er veel meer ‘skin in the game’ — historische gevoeligheden (onder andere rond de Holocaust), geopolitieke belangen en grotere betrokkenheid van westerse politiek en economie spelen mee. Ook is het Nederlandse publiek meer geïnteresseerd in de regio, wat redactionele keuzes versterkt. Bouzerda wijst erop dat sommige berichtgeving die over Gaza lijkt te gaan feitelijk focust op binnenlandse of westerse politieke debatten, niet op Palestijnse ervaringen.
Praktische factoren versterken de kloof. In Soedan had vorig jaar minder dan 30 procent van de bevolking internettoegang en ongeveer 7 procent gebruikte sociale media, waardoor lokale beelden en getuigenissen minder snel internationaal circuleren. Gaza en Oekraïne beschikten in grote delen van de bevolking vaker over internet, waardoor foto’s, video’s en liveverslagen veel zichtbaarheid kregen — Amnesty International sprak zelfs van het ‘livestreamen van genocide’. Marloes Geboers waarschuwt echter dat internet alleen geen garantie is voor brede aandacht: culturele nabijheid en identificeerbaarheid spelen mee in wat mensen delen en wat media oppikken.
Correspondent Koert Lindijer noemt een vicieuze cirkel tussen diplomatie en journalistiek: gebrek aan diplomatieke aandacht reduceert journalistieke interesse en vice versa. Daarnaast remmen kosten (reizen naar Afrika) en redactionele prioriteiten structureel meer verslaggeving vanuit Afrikaanse landen af, terwijl alternatieven zoals grensverslaggeving, diaspora-bronnen of samenwerking met lokale kunstenaars minder benut worden dan mogelijk is.
De conclusie is dat meerdere factoren — geografische en culturele nabijheid, westerse politieke en economische belangen, toegankelijkheid van informatie en redactionele keuzes — gezamenlijk zorgen voor disproportionele aandacht voor Gaza en Oekraïne ten opzichte van andere bloedige conflicten. Of die ongelijkheid ‘terecht’ is, blijft omstreden: voor sommigen zijn historische en geopolitieke banden een rechtvaardiging; anderen pleiten voor bewuste verandering en meer aandacht voor onderbelichte gebieden, en waarschuwen voor blijvende, deels onbewuste vormen van discriminatie in nieuwsselectie.