Waarom deze twee reformatorische scholen al jaren wachten op een nieuw gebouw
In dit artikel:
Na de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog verrezen in Nederland veel schoolgebouwen. Nu, zeventig jaar later, lopen die panden tegen hun technische en functionele houdbaarheidsdatum aan, met gevolgen voor veiligheid, comfort en onderwijspraktijk.
In Veenendaal illustreert de Johannes Calvijnschool het probleem. Al in 2015 meldde directeur Dick van Wijngaarden lekkende daken en verouderde voorzieningen; elf jaar later wordt er nog steeds lesgegeven in twee afzonderlijke gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, gescheiden door een fietspad. Kleine reparaties houden het gebouw voorlopig bruikbaar — soms zelfs noodreparaties bij lekkages — maar grotere investeringen worden uitgesteld. De indeling is niet meer passend voor hedendaagse onderwijsbehoeften: er ontbreken kleinere werkruimtes voor intern begeleiders en coördinatoren, en algemene lokalen zijn niet efficiënt in te richten. Recent tekenden gemeente en school wél een intentieovereenkomst voor nieuwbouw, maar de weg daarheen heeft lang geduurd, deels vanwege andere lokale prioriteiten.
Ook bij Speciale Scholen Kapelle, waarvan directeur-bestuurder De Nooijer de situatie schetst, is veroudering en ruimtegebrek problematisch. Gebouwen uit de jaren tachtig zijn slecht afgestemd op de complexe zorg- en onderwijsbehoeften van leerlingen: ruimtelijke beperkingen, gehorigheid en gebrek aan veilige, afgeschermde ruimtes vormen een belemmering voor onderwijs en welzijn. Tijdelijke units en verplaatsing naar nabijgelegen locaties bieden slechts deels soelaas. Kapelle ontving een subsidie van 1 miljoen euro voor nieuwbouw, maar die moet vóór 2032 worden besteed — wat de druk opvoert om knopen snel door te hakken.
De knelpunten zijn structureel: scholen hebben een instandhoudingsplicht voor basisonderhoud, terwijl gemeenten een zorgplicht hebben voor adequate huisvesting en grotere renovaties of vervangingen. Dit spanningsveld, samen met beperkte gemeentelijke middelen en politieke keuzes, leidt tot vertragingen en ongelijkheid tussen locaties. Recent nam de Tweede Kamer de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting aan; die verplicht gemeenten tot een integraal huisvestingsplan en schoolbesturen tot meerjarenonderhoudsplannen, en voegt renovatie toe aan gemeentelijke taken. Verbandenorganisaties en gemeenten zien daarin verbetering van samenwerking en planning, maar waarschuwen dat de wet het geldtekort niet wegneemt.
Bestuurders en koepels pleiten voor meer rijksinvesteringen en structurele aanpassingen in het systeem, omdat gebouwkwaliteit rechtstreeks invloed heeft op leerprestaties en het welzijn van leerlingen. Zonder extra middelen en versnelde uitvoering blijven veel scholen voorlopig zitten met noodoplossingen.