Waarom de VS goede economische cijfers heeft, maar veel mensen daar weinig van werken
In dit artikel:
In de VS groeit het zichtbare contrast: veel huishoudens hebben moeite door snel stijgende supermarkt- en benzineprijzen, terwijl de economie op papier sterk oogt. Na anderhalf jaar Trump voelen consumenten de pijn van hogere prijzen — mede door spanningen met Iran en herhaalde importheffingen — maar bedrijven geven juist aan meer personeel nodig te hebben.
Inflatie liep op: april kende een jaar-op-jaar stijging van 3,8 procent en mei kwam uit op 4,2 procent, ruim boven de 2 procent die de Federal Reserve nastreeft. Lonen stijgen gemiddeld met ongeveer 3,4 procent, waardoor reële koopkracht bij veel werknemers daalt. Onderzoek van het Conference Board meldt dat twee op de drie Amerikanen hun uitgaven terugschroeven en het consumentenvertrouwen op een historisch laag niveau staat.
Toch kwamen eind mei verrassend sterke banen-cijfers: de werkgelegenheid nam met circa 172.000 toe — ruim boven de verwachtingen — vooral in hotels en vrijetijdszaken, maar ook in de zorg en bij lokale overheden. Sommige sectoren die vatbaar lijken voor hogere olieprijzen, zoals groothandel, krimpten slechts licht.
Econoom Philip Marey (Rabobank) wijst erop dat de oorlog in Iran de binnenlandse economie minder hard raakt dan in eerdere oliecrisissen: de VS zijn minder afhankelijk van buitenlandse olie dankzij schalieolie/-gas en meer alternatieve energie. Daarnaast stimuleert de AI-boom investeringen in ICT en datacenters, wat bouw- en technische banen oplevert, ook al brengt automatisering in andere branches banenverlies met zich mee.
De verklaring voor het tegelijkertijd bestaan van prijsdruk en solide economische indicatoren is ongelijkheid. Een grote onder- en middenklasse worstelt ondanks werk — deels door bezuinigingen op sociale vangnetten. Het Center on Budget and Policy Priorities becijferde dat circa 3,5 miljoen Amerikanen hun recht op voedselondersteuning verloren. Tegelijkertijd profiteren hogere inkomens van de belastinghervorming van vorig jaar en van recordstanden op de aandelenmarkt, waar vooral beleggers in technologie en AI van profiteren. Cijfers van de centrale bank tonen dat de rijkste 1 procent structureel wegdrijft van de onderste 50 procent; onder Trump lijkt die kloof te versnellen.
Politiek is dit relevant: president Trump jubelt over de banenstijging, maar groeiende financiële druk onder veel kiezers vormt een risico richting de tussentijdse verkiezingen in november, omdat de stem van de kwetsbare meerderheid evenveel telt als die van de welvarende minderheid.