Waarom de 'kleine' Coup Royal niet altijd goed is
In dit artikel:
De Coup Royal — het klassieke combinerende motief waarbij een speler door slaan op de damlijn promoveert — kent ook een “kleine” variant: minder schijven worden geslagen, maar naar de damlijn lopen levert alsnog dam op. Tijdens de openingsronde van het Paastoernooi liep de 70‑jarige Wim Winter tegen zo’n bekend patroon aan tegen Ibrahim Guennoun. In de partij gaf een zet van Winter (…12‑18?) Guennoun de gelegenheid met 27‑22! een ruil en opvolgende ronseling naar de damlijn af te dwingen (onder meer 18x27 32x12 23x34 40x20 7x18 20‑15), waarna wit onweerstaanbaar naar dam kon.
Een doorzoeking van de partijendatabase laat zien dat die “kleine” Coup Royal regelmatig terugschiet wanneer de tegenstander een tegencombinatie heeft. Twee illustraties uit recente en historische partijen tonen hoe zulk tegenspel werkt. In Rob Everts–Ruud de Kooter bleek 18.31‑27!? een lokzet: De Kooter probeerde te profiteren met 24‑29?, maar Everts had een scherpe tegenstoot (onder meer 37‑31! gevolgd door 38‑32!!) die de schijnbaar winnende slagkeuze vergiftigde en later tot winst leidde.
Een oudere compositie van Johannes Eekhoud (1910‑1958) geeft een vergelijkbaar voorbeeld: na wit 47‑41 is de ogenschijnlijke ruilcombinatie 24‑29 33x24 19x30 28x17 11x31 25x34 31‑36 zwaar vergiftigd; vervolgzetten van wit (o.a. 34‑29, 37‑31 en 33‑13 in de analyse) keren de situatie en bezorgen wit het overwicht.
Belangrijkste les: de “kleine” Coup Royal kan sterk zijn, maar spelers moeten opletten voor tegencombinaties die de ruil- en promotielijn vergiftigen. De rubriek bevat ook twee nieuwe opgaven en verwijst naar een interactief dambord; oplossingen kunnen binnen drie weken gestuurd worden naar Teus Stam (adres en e‑mail in de oorspronkelijke publicatie).